Graven en Grafkelders

in de Grote of St. Michaelskerk te Zwolle

 

Samenstelling

Harry Vrielink

"Noort - Sijde"

Noorderbeuk  

 

1.         Grafsteen van  Christiaan Vlier, procurator [2]

2.                  Graf van Volquerus van Haersolte in 1429 Schepen en Cameraar van de Stad Zwolle. Hij was zoon van Menso van Haersolte  en Gese ten Oever [5] In 1722 werd de groeve gekocht door Arnoldus Meijer, zijn vrouw en zuster[2]

Dit graf wordt gedekt met een  grafzerk met het volgende opschrift: “Int jaer ons Heere MCCCC ende LXII op synte Remigius dach sterf Volkier va Haersolte”

3          Grafsteen van  Juffrouw Johanna Sophia Stuirmans[2]

4.         Grafplaats van  de familie Kottiens[2] en Jacob Coninks [3] [4]

5.                  Graf van Jan Lucassen [1] In 1724 grafplaats van Jacob Klinge  en zijn vrouw Trijntje Pellistans. Bij testament van. 18 juni 1765 wordt Berent Mooijweer eigenaar van dit graf. In 1802 gaat het eigendomsrecht over  aan  A. van Marle . Op 1 nov. 1806 wordt  Hermannus Middelburg eigenaar. [2]

Het graf wordt gedekt met het opschrift Mr. Hermannus Middelburg . Hij was gehuwd met Aleida Johanna van Haerst op 10 juli 1806 hier begraven. Hijzelf werd hier 22 maart 1808 bijgezet.[5].

6          Grafplaats van Joan Golts, stadssecretaris.[2]

7          Grafplaats van  Dr. Lucas Schuerman, Zwolse Zilversmid overl. 13 nov 1666[2]

8          Grafplaats van Gerrit Wicherlink, stadssecretaris.[2]

9.                  De heer van Veurden [3] Grafsteen van Hendrik Jan  Poortenaar , op 28 dec 1740 werd in het graf ter zijde van het Noorderkoor zijn vrouw begraven Cornelia Huygens, begraven [5]

10.              Idem 8.

11        Grafplaats van Adam Truirniet. Op 4 febr. 1740 wordt Gerrit van den Kolk eigenaar die hier eveneens begraven ligt. In 1793  zijn Assuerus en Jan van der Klok eigenaar van de groeve[2]

12        Graf van Egbert van Dedem 1650 in 1720 eigendom van de Weduwe van Cameraar Van Dedem.[2]

13.              Grafplaats van  Capitein  Albrecht de Buisßonnet. De grafplaats wordt op 21 maart 1776 eigendom van Mr. P.D. Walraven door bemiddeling van  Vrouwe Machteld van Boecop. Op 30 juni 1779 wordt de grafplaats verkocht aan de Gemeensman Jeremias Frederick Abresch.[2] Grafsteen vanAletta Andrea Abbresch / geb. Wicherts /overleden  D. 30 Juni 1779 / oud 39 jaaren en Aletta Gerharda Abbresch / overleden ’s nachts tusschen / den 4 en 5 Augustus 1779 / oud ruim twaalfde half jaaren.

 

Dat hij wie teder is, tot deze

Grafstee nader

Met eenen man gevoel, gevoel

Met eenen vader

Om dogter en haar kroost

Met groote  vader steen

En om hen altegaer met drie

Paar kleinen ween

Hier ligt de sombre groef

Waar men eene Aletta

waar in, na korte poos, de

dood een tweede zette.

Een tweetal zoo vol, schoons

Naar lichaam en naar ziel

Als in eene echtgenoote

Als in een dogter viel”

 

E.v.D. [5]

 

 

  

 

 

14                Grafplaats van  Juffrouw Anna Wolfsen Cum Suis nu Juffer F.A. Wolffsen.[2]. De grafplaats wordt gedekt door een grafsteen van Rijckman Wolfsen en zijn vrouw Gesina Goerts. Tekst; ‘Rijckm. Wolfsen J.U.L. obyt / anno 1657 3 Aprilis Gesina Goerst uxor / ob ao 1660 28 Marti “ Die wel sterft die sal eeuwig wel leven.[5]  C.T.B.

15        Grafplaats van  Jochem Rutgers van Ulsen [2]. De grafplaats wordt gedekt met een grafsteen van Victor Petri, geb. te Trier en predikant te Zwolle, gehuwd met  Jannetje Ruese of Rouse, weduwe van J.J. Brouwer.[5]

16.              Grafsteen van Laurens Lobry[2]. Zijn grafzerk dekt zijn graf.

 

17                Grafkelder van de familie Haersolte tot Haerst. In 1722 eigendom van R.S. Baron van Haersolte tot Haerst [2]   Tekst: “Dese kelder hoort to het huis Haerst”. [5] met twee afgehakte en gekroonde wapens. De kelder ligt onder drie grafstenen [17,18,19] . De ingang van de kelder is nummer 25.

18        idem

19.       idem

20.              Onbekend dubbel graf. Schepen Rolof Tobias kon in 1650 de eigenaar niet kunnen vinden. In 1722

Grafplaats van Hopman Arent Greve[2]

21                In 1650 was de eignaar niet bekend. [1]. In 1722 grafplaats van Henricus ter Bekke [2]  Met opschrift: “Hen……ter Becke……

22                Grafplaats  oorspr. Eigendom van Capitein Albrecht de Buisßonnet maar op 22 febr. 1776 verkocht aan de wed. Ysaac Caries Zwol. In 1798 wordt Lubbertus Rietberg Sr. hier begraven, zijn zoon was de bekend geworden Zwolse dichter Dr. Lubbertus Rietberg (1783-1826).[6] Op 10 juni 1823 noemt zich de Zwolse apotheker G.L. Metelerkamp eigenaar.[2]

23        Grafplaats van Harbert Dalmole[2]

24        Grafplaats van de familie Verhoeff

25        Graf van Claes van Bevervoorde[1]  in 1720 de ingang van de grafkelder van de heer Rutger.S. Baron van Haersolte tot Haerst.[2] zie ook 17,18,19

26        Grafplaats van de Zwolse schilder Hendrick ten Oever en zijn vrouw Geertruide van der Horst.[2] Hendrick werd op 15 juni 1716 in de Grote kerk begraven[6]

27        Grafplaats van  Joan Rouse, stadssecretaris en  zijn zoon Lucas Gijsbert Rouse, Burgemeester der Stad Zwolle[2]  Lucas Gijsbert Rouse (1729-1797) was  ten tijd van stadhouder Willem V de belangrijkste regent in Zwolle. Bij de Bataafse omwenteling van 1795 was het definitief gedaan met deze “orangist”. Op 9 november 1797 werd hij hier begraven[6]

28        Graf van Heer Knoppert van den Vrijthof [1] in 1722 grafplaats van Everwijn van der Merwede en zijn vrouw Catherina van Uijterwijk[2]

29                Graf van Vrouw van Goor. De grafplaats werd

eigendom van Ds. Johannes Altius en Ds Borgerinck [4]

30                Grafplaats van  Johannes Branskerken.[2]. Dit graf wordt gedekt met een grafsteen van Hendericus van Loo[5]

31                Grafplaat van Engelbert van Stegeren[2]

32        Grafplaats van de familie van Haersolte[2]

33.       Graf van Commandeur Zijlbrock [1][ in 1722 graf van Arnoldus Gelderman, burgemeester der Stad Zwolle[2] Mr. Arnoldus Gelderman (1743-1796) stierf op de buitenplaats “Boschwijck” op 13 febr. 1796 en werd hier begraven[6]

34        idem 33.

35        Graf van Johannes Braak[4]. Grafsteen van  Joachim Christoph Plato en zijn vrouw Maria Catier van 28 mei 1745[2]

36        Graf van Salomon Balthazar[1] In 1722 grafplaats van Cornelis Schouten[2]

37        Grafplaats van Salomon Steenhuijsen[2]

38        Grafplaats van Jacob Lubeleij[2]

39        Oorspr. Graf van Wolter van den Bussche [4] . Nu Grafplaats van  Suzanna Phillipina Gabion, weduwe van Charles Godefroij. Op 25 maart 1793 wordt Berent ten Cate eigenaar van deze grafplaats[2]

40        Grafplaats van Henrik Royer, Griffier en stadssecretaris van Zwolle[2]

41        idem 40

42        Grafplaats van de Jufferen Johanna & Maria van Balen. Op 28 sept 1733 wordt  de Griffier Wilhelmus van Arnhem eigenaar van de grafplaats en is hier eveneens begraven[2]

43        Grafplaats van Jan Stolte wijnkoper te Zwolle[2]

44.              Grafplaats van Freulijn Rijswijck[2] Deze grafplaats wordt gedekt met een grafsteen van Gerrit Velthuis [twee uitgesleten wapens] [5]

45        Dubbele grafplaats van Pieter van Wechele en Hopman Claas Cnoop[2]

46        Grafplaats van Gerrit Kal & Pieter van Berkum. Op 8 maart 1792 wordt deze grafplaats eigendom van  Ingenier Andreas Johannus Knollart

47                Grafsteen van Jonker Arent van Haersolte[2]

48        Grafplaats van Berent  Luilofs van Santen. Op 16 juli 1785 wordt Berent van Dijk eigenaar van deze grafplaats. Berent van Dijk van zoon van Burgemeester Jan van Dijk[2]

49        Grafsteen van Georgius Lipperus[2]

50        Grafplaats van Cornelis Schouten, Burg tot Wesop (?) [2]

51        Grafplaats Familie Van Oldeneel.[2]

52        Grafplaats van Hopman Hanselaar.[2]

53        Grafplaats van Jan van Berkum

54        Grafplaats van Hopman Cornelis Roek

55        Grafplaats van Theodoor Everhardus Joan van der Ketten (1763-1829)[2].  Van der Ketten woonde op het huis Ankum te Dalfsen en was gehuwd met Ludewina Hendriina Vos de Wael. Hij stierf op 5 april 1829 in zijn woning even buiten de Sassenpoort en werd op de R.K.Begraafplaats te ruste gelegd.[6]

56        Graf van Jurriaan van der Mast Cum Suis. Op 1 dec 1753  wordt Albert de Munnik eigenaar van deze grafplaats.[2]

57        Oorpr. Dubbelgraf  van de erfgenamen  van de heer van Dongen Heer tot den Oldengaren alsmede Vrouwe van Isselt.[4]. Later graf van Gerrit van Wijk en  in 1798 eigendom van de zusters Florentina en Eleanora van Voorst en op 10 nov 1801 van A. van Voorst.[2]

58        Graf van Jonkheer van Ittersum en Berent Pese. In 1827 eigendom van de Erven Van Tielman Tielemans.[2]

59        Graf van de Dirk Baarselman[2]

60        Graf van Heer Oostenbroeck[1] inm 1722 graf van Theodorus Queisen, Camenaar van de Stad Zwolle[2].

61        Graf van Gerrit Bartjens, drukker in’t gemeen[1] In 1722 graf van Johan Sneeberg. Op 18 juni 1762 wordt de grafplaats eigendom van  de gezusters Lucia en Elizabet Martens. Na hun bijzetting wordt de grafplaats eigendom van  Christiaan Leopold Ising op 24 febr 1773.[2]

62        Graf van de Weduwe van Dr. Luicas Schuirman[2] zie ook nr.7.

63        Grafplaats van Joan Gijsbert Roelink[2]

64                Grafsteen van Willem Buisman “de Oudste”. Later door  erfenis via Elsabe Hooggreven in eigendom van Jan Asjes Linthorst.[2] De grafsteen heeft de volgende tekst: “ Anno 1722 tekst: “Rennt He……gers”[5]

65                Graf van Adriaan Sloot tot den Westerburg tot Zutphen.[2]

66                Graf van de Cameraar Albert Alsing en zijn zuster[2]

67                Gedeelde grafplaats eigendom van Herman van Breevoort 1/3 deel en Evert Rietberg 2/3 deel[2]

68                Graf van Dr. Gerhard Truirniet. In 1782 komt deze grafplaats bij publieke veiling in handen van  Hendrikus Zandwijk en in 1804 naar de Erven Hendrik Meijer.[2]

69                Graf van Roelof Hendrick Nauta[2]

70                Graf van Henrik Hansen Vermeer tot Haarlem. In 1763 komt deze grafplaats in eigendom  van Klaas van Kleef door bemiddeling van Mejuffrouw De Vlieg, die op 15 juni 1756 eigenaresse van de groeve is[2]

71                Graf van Jhr.A. Thomas de Zwiersen

72                Idem 36

73                Graf van de Wed. van Jan de Vries

74                Idem 36 en 72

75                Grafplaats van Guilliam Steels en Albertus Hoofd, ieder voor de helft[2]

76                Graf van Arent Dulman.

77                Graf van Magdalena Kevink sest. Van Loo en Clasina Kevink tot Amsterdam[2]

78                Familiegraf van Jan Kuijnder.[2]

79                Oorspr. Grafplaats van Werner Hoefslag  en de andere helft  Mr. Jan Hofstede Glazenmaker.[4]. Graf van Wijnandus Meijer en in 1735 eigendom van Hendrik Meijer.[2] Het graf wordt gedekt met een grafsteen van Derck Derksoon Kampes  tekst: “Anno D.D. 1655” [met twee uitgekapte wapens] [5]

80.       Graf van Juffrouw Sina Eekhout.[2]

81.       Graf van Juffer Henrica van Beukholts. Op 14 januari 1740, na haar begrafenis werd  Gerrit Jan Velthuis bij testament eigenaar van deze grafplaats.

82.       “Daer Dr. Ense in begraven leijt”.  De weduwe van leutenant De Buissonnet matight zich Dese groeve aen ende heeft gezeit dat dit betaelt zoou wesen [1] In 1722 grafplaats van Johanna Sophia Stuirmans [2] Het graf wordt gedekt met een grafsteen  van  Geertruidt de Goijer, weduwe Eenschate [5]

83.       Grafplaats van  Procurator Lodewijk Walraven.[4]. Op 14 febr. 1757 wordt Anna Elisabeth Lindenhovius eigenaresse van deze groeve. Zij was weduwe van  Bernardus de Vries  Zn, in leven Emeritus Predikant te Nieuwleusen.[2]

84        Graf van de Weduwe Fabius in de Sassenstraat.[4]

85                ?

86                Graf van Arent Kevink & Aaltien Egbertsdochter van Marle. Eheluijden.[2]

87                Idem 36,72 en 74.

88        Graf van Werner Crans Cameraar der Stad Zwolle. De grafplaats is na zijn graflegging in bezit gekomen van zijn erfgenamen:  de weduwe van  Stadsceretaris Gerrit Holt, de Weduwe van Dr. Henrik Holt en Dr. Gerrit Willem Golts. Door testamentaire beschikking ging de grafplaats over in handen  van Joan Hendrik Tobias, burgemeester der Stad Zwolle en  bij opnbare verkoop van 19 jan 1809 in handen van Burgemeester P.Th. Laging.[2]

89        Graf van Gerrit Cok en Willemina Floris[2]

90                Groeve van Gerrit Olthof [1]. In 1722 graf van Willem Grootvelt.[2]  Het graf wordt gedekt met een grafsteen met de tekst: Gerhardt van Oestendorp met twee uitgesleten wapens en kwartieren [5]

 

91                Grafplaats van  Elizabeth Voltelen nu Cornelis Bor door aankoop op 1 maart 1735. Op 29 maart 1745 wordt Evert Jan Krabbe eigenaar. Op 31 juli 1790 wordt Berent JansZoon hier begraven door bemiddeling van Hermannus Lans kerkmeester.

Het graf wordt gedekt met een steen met de volgende tekst:

Johan ter Welbarch

….. Trijneke Voltelen

…………trouw en milt

………………eeuwig

…………….wapenschilt

 

92                Graf van Jan Trop de grafplaats is op 16 april 1737 eigendom geworden van Jan Hoonhorst.[2]

93                Grafplaats van Adolph Wijgman en Pieter de Munnik elk voor de helf[2]

94                Graf vande Zwolse Brouwer Spaar en eigendom van  Juffrouw Catherine Spaar. Op 12 april 1804 heeft de heer  Burgemeester Mr. Rhijnvis Feith (1753-1824) deze grafplaats gekocht. In dit graf werd  zijn vrouw Ockje Groeneveld op 12 mei 1813 begraven. Rhijnvis Feith stierf op 8 februari 1824 en werd 3eveneens hier begraven. Deze rustplaats was slechts tijdelijk. Toen in 1827 het verbod kwam om niet meer te begraven in de kerk werd het stoffelijk overschot ven Rhijvis en Ockje opgegraven en  op de Algemene Zwolse begraafplaats bijgezet aan de voet van een  marmeren monument [6]

95                Graf van Bernardus Beekman, waarvan zijn weduwe eigenaar is.[2]

96                Graf van Hopman Lodewijk van Sonsbeeck[2]

97                Graf van Juffrouw Aleida Greve in de Voorstraat.[2]

98                Graf van Peter van Delden en Lambertus van der Vegte. Op 29 juni 1761 heeft de Mr. Hoedemaker Hermannus van Delden aangegeven eigenaar te zijn door testament van wijlen zijn vader Peter van Delden.[2]

99                Graf van Arend Hiddink.[2]

100            Graf van Arnoldus Meijer Cum Suis. Op 9 juni 1824 wordt de grafplaats eigendom van Cornelia Theodora Kimsins, weduwe van Eduard Dirk Gallas[2]

101            Grafvan Jan Sellen.[2]

102            Graf van Wouter van Leenhoff

103            Graf van  de Roedendragen  Gerrit Groenenberg en zijn vrouw. De Grafplaats wordt in 1782 eigendom van de Zwolse Apotheker Lambertus Rietberg.[2]

104            Graf van  Dr. Wilhelm Greven en zijn vrouw Christine Qeisen.[2]

105            Graf van  Burgemeester Hendrick Campherbeeck later verlegd onder de nieuwe gerfkamer no 656 [1]

106            ?

107            Graf van Matthijs Schukking[2]

108            Graf van Leutenant  Jochem JansSoon Graaf  nu in handen van Gerrijt Toenis Borcherinck [1]

109            Graf van Jacobus van Munster. Op 12 december 1760 wordt zijn dochter Margrieta van Munster in dit graf bijgezet samen met haar man Aldert de Munnik. Op 16 mei 1800 wordt Willem Weijman eigenaar van de grafplaats.

110            Oorspr. Grafplaats van  Jufrouw Weijnigmans in de praauwstraat.[4]. Later dubbel graf van de Zwolse Hopman Berg en zin vrouw. Dit graf werd in 1725 gekocht.[2]

111            Idem.

112            Onbekend graf. Deze grafplaats  werd op 21 maart 1809 bij openbare verkoop gekocht door de  Gezusters E.J. van Ketwich en B.H. van Ketwich.[2]

113            Graf van Anna Elizabeth Ganzers.. Deze grafplaats wordt in 1730 gekocht door de Wed Gaasberg en op 21 augustus van dat jaar wordt Steven van Gaasberg hier bijgezet. Op 8 mei 1765 wordt Willem van der Werff eigenaar van de groeve[2]

114            Graf van Anna Margerethe Plijsters. Op 9 februari 1805 wordt  Gerrit Engelbert Qeijsen eigenaar van deze groeve en in 1817 van  Albert Nicolaas Hooft.[2]

115            Grafplaats van het Kinder of Arme Weeshuis te Zwolle. Op 24 april 1736 koopt Ds. Hartman deze grafplaats van de  Dr. Walraven, provisor van de Vreemde Weesen binnen Zwolle[2].

116            Graf van Derk Boele tot Deventer Cum Suis.[2]

117            Graf van Hermen Schimmelpenninck.[4]. In deze groeve Ds. Joannes Cuperus en zijn vrouw Geetruid Hoogkamer begraven. De kinderen zijn  op 25 nov. 1741 eigenaar van deze grafplaats geworden.[2]. Johannes Cuperus (1660-1727), Gereformeerd predikant te Zwolle. Predikant Cuperus werd op 7 juli 1727 begraven in deze kerk. Collega H.Ravestein sprak een lijkrede uit over psalm 103, over de sterveling wiens dagen zijn als gras, als een bloem des velds, verdwenen met de erover waaiende wind.[6].

118            Oorspr.graf van Vrouwe van Munster in der Nieuwstraat. Later Graf van Mej. Magdalena  Ravanne op 25 febr. 1754.

119            Graf van Vrouwe Maria Joalette Gansneb genaemt Tengnagel, Dourariere van Oldeneel en Henrica Gansneb genaamt Tengnagel, Douariere Van Doetinchem.[2]

120            Grafplaats van de ergenamen van de heer Antoni van Haersolte en Vrouw Johanna van Haersolte  Haar en vrouw tot Elsen en Staveren ect.[2]

121            Graf van Jan Moerkerken. De grafplaats was eigendom van zijn weduwe Francina Catharina van Utrecht, wonende  an der Swartesluijs. Op 2 juli 1807 wordt A. van Marle eigenaar van de grafplaats.[2]

122            Graf van Henrik van Lochem[2]

123            Graf van Everhardt Podt. De grafplaats wordt eigendom van Gerrit Albertus Podt[2]

124            Graf van Sjaeks Worst.  De grafplaats gaat in 1725 over in handen van  Jacob van den Berg die hier begraven is.[2]

125            Graf van  Hermen Tobias, burgemeester der Stad Zwolle en wonende op het Huis Arnichem aan de Vecht.. Op 25 januari 1786 wordt zijn dochter Antonia Sara Tobias hier begraven. De grafplaats is in 1809 eigendom van Oude Camenaar H.A. Tobias[2]

126            Graf van  Juffr. Maritha Marianne Cavelhies die er op 7 april 1773 werd begraven. In 1802 is deze grafplaats eigendom van Joannes Dijk Stadsroedendrager.

127            Graf van Pieter Walraven.

128            Graf van Borgemeester Lans van Campen [1] In 1722 grafplaats van Daniel Walmeijer die hier op 21 okt 1726 wordt begraven[2]

129            Graf van Burgemeester Berent Van Langen [4] in 1724 verkocht als  Graf van Hendrik Vriese en Berent Hellendoorn[2]

130            Dubbel graf van Jan van Lambert.

131            Idem

132            Dubbel graf van Burgemeester Van Marle.

133            idem

134            Grafplaats van Burgemeester Rousße  In 1722 graf van Scriverii en zin erfgenamen[2]

135            Graf van  Jan van den Bosch. In 1745 wordt Volkert Hendriks. Eigenaar en in 1770 Gerrit de Munnik[2]

136            De weduwe van  Jan van den Bosch.

137            Graf van  Burgemeester Tigler.  Deze grafplaats wordt later eigendom van Gerrit Albertus Podt en zijn vrouw Alida Anna Podt, geboren Van Ense, bewoners van het voormalige Stadhouderlijke Paleis aan de Melkmarkt..[2]. De grafsteen vermeld: “Gerrit / Albertus / Podt / Burgemeester / 1776

138            Graf van Vrouwe Elizabeth Verhoef, weduwe van  Stadssecretaris Isel.

139            Graf van de Stadsbierbrouwer Gerrit  van Sonsbeek.[2]

140            Graf van Johannes Vermeer tot Hasßelt[4] in 1724 Graf van Anna Trop, weduwe van Bernardus Beekman, grafpaats in 1726 aangekocht.

141            Graf van Hendrik Tijdeman [4] in 1724 grafplaats van Gerrit Ramhorst. In 1797 wordt deze grafplaats eigendom van Gerrit van den Helm.[2]

142            Graf van Sara Bolten [4] in 1724 gekocht door Louisa Vos, wed van Albertus van den Bosch[2]

143            Graf van Monsigneur Sel tot Steenwijk[2]

144            Graf van Hendrik Chevallier en zijn vrouw Elzabe Beekman 18 juni 1756 . In 1796 wordt  de Weduwe van Derk Grijpman eigenaresse van de groeve.[2]

145            Idem.

146            Grafplaats van de erfgenamen Scriverii [2]

147            Graf van Conradt of  Gerrit Varsßevelt [1] In 1722 graf van Jan van den Bosch. De grafplaats is achtereenvolgens eigendom van Derk van ’t Hondert(1745) en Gerrit de Munnik(1770).[2]

 

148            Graf van de Kerkmeester Roelof Hanselaar en Derk Hermen van Mierlo. In 1756 is de grafplaats eigendom van  inspecteur Abraham Hanselaar die de groeve in 1772 overdraagt aan de familie Adelink. Op 25 januari 1772 wordt Gerrit Adelink hier begraven.

149            Graf van Stadsecretaris Joannes Buijs. [1]  In 1722 grafplaats in eigendom van Burgemeester Werner Crans met deszelf Susters en Broeders voor de ene helft. De andere helft is in handen van Stadsecretaris Golts.[2]

150            Graf van Derk Rees.

151            Grafplaats in 1790 in handen gekomen van J.A.Ledeboer door bemiddeling van  kerkmeester G.Wicherlink[2]

152            Graf van de Camenaar Willem Louverman en  Elizabeth van Kampen.[2]

153            Graf van Frederik Hendrik van Benthem, later in bezit van Gerrit Albertus Podt.

154            Graf van Hermannus Breevoord in ’t binnen Gasthuijs. Die hier op 5 maart 1755 wordt begraven. Op 7 maart 1755 heeft Willem Jacob  Lacle, provisor van ’t binnen gasthuijs laten weten dat het graf eigendom was van  ’t binnen Gasthuijs. Op verzoek van de dames Frederika Margaretha, en haar zuster Arnolda van Breevoord werd het graf opgeeist en doorverkocht  aan Peter Schimmelpenninck.

155            Graf van Peter Kooijmans Soontjes op den Dijk.

156            Graf van Hopman Teunis Hendriks liggende aan den muer[4] in 1724 gekocht door Basilius Duijvens. Evert van der Beek wordt in 1735 eigenaar en in 1773 eigendom van  de loodgieter Hendrik Groen., hier te Zwol[2]

157            Graf van Marten  Cattenbelt muntergesel.[4]

158            Dubbelgraf van Lambert Visßer. In 1791 wordt de groeve  Hendrick Visßer de jongere, zoon van Lambert Visßer  verkocht aan de Weduwe van Fransiscus Hendrik ter Beeke.

159            Idem.

160            Grafplaats van de kinderen Bentinck tot Werkeren.

161            Grafplaats van de Heer Griffier Roelinks erfgenamen later in bezit van de Camenaar H.J. Greeven.[2].

162            Graf van de Matthijs van Rhijn.[2]

163.     Graf van Derk Rieters. In 1770 door de doodgraven Jan ter Smitte doorverkocht aan Hendrik Sandwijk welke de groeve doorverkocht aan de Weduwe van Jan Nieuwenhuijs[2] ter ene zijde en Jacobus Bom tot Amsterdam ter andere zijde. In 1773 werd de grafplaats eigendom van Johannes Boom, Burgemeester te Vollenhove. En deze verkoopt de groeve aan Juffrouw Willemine van Haarst. In 1809 is Juffer Johanna Proper eigenaresse.[2]

164         Graf van Everhardus Haverkamp tot Bolswert (uit Bolsward). Later is de groeve in eigendom van Hermannus van Marle, bakker op ’t Eijland die de groeve doorverkoopt aan  de Weduwe Willemine Pelgrim-Voeten.

165         Graf van Joan Casimir Vermeer[2]

166         Grafplaats van Weduwe Jan van den Bos. In 1739 wordt Johannes Groen eigenaar.[2]

167         Graf van Joanna Goetman. In 1747 den 15 october heeft de heer Convooijmeester Golts, dit graf aangegeven voor  ’t Vrouwen-huis van wijlen Juffrouw Aleida Greven.[2]

168         Graf van Engbert van Stegen, coster van de kerk en zijn vrouw Maria Tijdeman.[2]

 

Grafsteen  in de muur     Gedenkplaat van Gerhard ter Borch, Zwols schilder waarvan het wapen van de familie “Ter Borch” is verdwenen. Zijn echte grafzerk is te vinden in het zuiderkoor.

 

 

 

169         Graf van Procureur Stuwe en dogtertjen van Reinier Flier in 1724  gekocht door Mademoiselle C.M. Lockell die hier in 1771

begraven werd. In 1773 komt deze grafplaats in eigendom van Rhijnvis Feith.[2] Het graf wordt gedekt met een grafsteen van

Johanna Ida Groenevelt  tekst” geb. de 16 May7 1752 gest. D.2 Januari 1771 dogter van den Heere Henric Groenevelt, heer van

 Dunenbroek en Spengeberg en administrator in het collegie der gedeputeerde staten des vorstendoms Oostfriesland. [wapen in

 ovale vorm uitgekapt]

Hier onder deze steen is het graf gestelt

’t Ontzielde lichaam van Johanna Groenevelt

Die uit leergierigheid Oostfriesland ging verlaten

Deez Fransche school bezogt en ’t leeven hier moest laten

Pas agttien jaren oud verliet zij na een kwaal

Van agttien dagen ook dit zondig tranendaal.

De kinderziekte sneed den draad af van haar leven.

De hemel wil haar eens een zaalge opstanding geeven

 

170         Graf van Capitein Rouse en zijn vrouw op ’t water en David  Thomas van Teusink[4] in 1729 aangekocht door Sipes Stilkens.[2]

171         Groeve van de ergenamen van Saliger Gerrit LambertS , Marcelis Vermeer zeit dat hem dese groeve toecoomt” [1] In 1722 familiegraf van de familie Van Delden en Wijers.

172         Grafplaats voor 1/3 in eigendom van Jacobus Johannus Bossier en voor 2/3 van Johanna Bossier weduwe van Jacob Lebeleij.

173         Graf van Casper Woertman[1] .

174         Graf van Willem Sterken Cum Suis. In 1761 wordt de groeve eigendom van Derkjen Brinkhuis weduwe van Joseph Roescher.[2]

175         Graf van Johannes Hiddink, bakker hier ter stede.[2]

  

176         Oorspronkelijk graf van Burgemeester Hardensteijn waarvan Derk Hardenstein “niet onwillig is tot betalinge over te gaen van de groeve”[1] In 1722 graf van Dr, Jacob Crouse [2] (1629-1695) ook wel Jacob Podt genaamd, gemeensman en huwde in 1688 met Aleida Hardenstein, een nicht van de Zwolse kunstschilder Derk Hardenstein.. Zij werd eigenenaresse van deze groeve. Doctor Jacob Crouse werd in 1688 preceptor in de eerste klas van de Zwolse latijnse school. Hij werd op 12 oktober 1695 hier begraven.[6]

177         Graf van Jonker Arent Thomas de Suriers.[2]

178         Graf van Burgemeester Jan Brouwer en zijn vrouw in de Witte Wanne. In 1765 werd  Jan Hoekman eigenaar.[2]

179         Zie 172.

180         Grafplaats voor de weduwe van Hopman Berg.[2]

181         In 1653 door Burgmeester Nilant met consent van  Rodelof Hederstein en  Jan GerritSoon Golts aan de armen toegewezen.[1] In 1722 grafplaats Abel Martens en de Armen van Zwolle.[4]

182         Graf van Derk Weijenberg en zijn vrouw.[2]

183         Graf van Benjamin Netske. In 1759 wordt de groeve eigendom van  Jan van der Veen, schoenmaker in  de Diezerstraat.

184         Graf van Willem Hakvoord en zijn vrouw Gezina Muijzenvanger.[2]

185         Dubbele Grafplaats van de Kerkmeesters  Roelof Hanselaar en  Derk Hermen van Mierlo. In 1756 wordt inspecteur Abraham Hanselaar eigenaar van de groeve[2]. In 1771 is  Roedendrager Willem van Ankum eigenaar.

186         Idem.

187         Graf van de Weduwe van procureur Keizers [4] in 1724 gekocht door  Jacob Holstein.[2]

188         Graf van Anna Catherina  Vlier[2]

189         Graf van Gerrit van Wijk en Engelberta Vastenauw[2]. Evert Vastenauw die de grafpaalts erft verkoopt deze aan  Lucas Arnoldus van Rijssen[2]

190         Graf van Michael Schultinck , Dominus Arnold Votelen is nu eigenaar van desen groeve [1] In 1722 graf van Jufrouw Elizabeth Voltelen, dochter van de Predikant van Voltelen.[2]

191         Graf van Tijlman  Jonker van Campen. In 1722 grafplaats van Abraham TielemansS en Susters

192         192Graf van Werner Hoefslag. In 1743 wordt Dr. Arnold Jan Helmich eigenaar van de groeve.[2]

193         ?

194         Grafplaats van Gerrit Lans en Jan van Ankum. De groeve  in in 1792 eigedom van Hendrik Siefert en zin zwager Hendrik Rhee die samen de groeve  overdragen aan Petrus ten Zweege.

195         Dubbelgraf van Simon Coorns. In 1791 is de groeve eigendom van  Hendrik Sieffert. In 1823 erft zijn dochter  Roelofjen  Willemina Aeltjen Sieffert de groeve[2]

196         Graf van Warner Wijndrager later overgegaan naar Hopman Holts.[1] In  1820 eigendom van Frederik Hijnen.[2]

197         Dubbele grafplaats  voor Hendrik Aalders en Wessel Wolters ter andere zijde. In 1776 wordt Albertus Duimpel eigenaar.

198         Graf van Frederik Mooijweer. In 1787  volgens kwittantie van  Jan Hendrik Lindehof verkocht aan Hendrik Zandwijk die in 1795 de groeve nogmaals doorverkoopt aan de Weduwe van wijlen Johannes Christiaan van der Linde[2]  Johannes v.d. Linde was oppercoopman en capitein ter zee en hoewel hij  in 1742 op 35 jarige leeftijd werd begraven te Batavia werd zijn rouwbord later naar deze kerk gebracht.

Rouwbord.

De heer Johannis van der Linde eerste oppercoopman en capitein van de comp. Pennisten van ’t castel geboren tot Batavia ao 1742. Den 5 october oud zijnde 35 jaaren 8 maenden en 10 dagen “ Met wapen in natuurlijke kleuren

199         Graf van Dr. Roelof Eekhout [2]

200         Graf van Derk van Noorle [2]

201         Graf van Hermannus van Loo.[2]

202         Graf van Catharina Oostenbroeks in ’t convent later eigendom van Hendrik van Braak kleermaker die de groeve in 1729 verkocht heeft aan Hermannus van Loo.[2]

203         Graf van Borchardus Smits.[2]

204         Graf van Dr. Muntz[4]

205         Graf van Helmich  van  Twenhuizen [1] In 1722 Graf van Werner Hoefslag[2] De grafzerk die het graf dekt vermeld de volgende tekst: “Int jaer ons Here MVc ende XLIX (28 aug 1549) sterf Helmich va Twenhuise. Bit voer de siel”. Met twee zwaar beschadigde wapens een doodshoofd en doodsbeenderen.

206         Graf van Hendrik Wolfsen te Campen [1]  Sinds 1731 Grafplaats van Goossen van Delden, bakker te Zwolle. In 1821 werd  J.C. Staal eigenaar van deze groeve.[2] Op de grafzerk wordt melding gemaakt van: Äo 1554 den XI July sterf Helena Wolf

207         Graf van Nyklaas  Veltkamptol [1] in 1722  wordt angegeven dat de Stads Stalmeester Joan Kantelaar hier begraven ligt. Op 2 september 1748 wordt de Weduwe van Berend Knaap eigenaar van deze groeve door aankoop.[2]

208         Grafplaats  van de Weduwe van Jan Molanus, Jan Kantelaar, stalmeester en de kinderen van Sonsbeek bierbrouwer, ieder voor een gerecht derde part of deel. In 1760 wordt  de Weduwe  van Procurator Joan Walraven:  Gesuina te Gelder eigenaresse door aankoop. Zij verkoopt de groeve in 1761 door aan  Hermannus van Eekmarschen[2]

209         Graf van Willem Knijff[1] .In 1722 graf van Jan Rieniers Houweler. Door bemiddeling van  Monsr. Jan Baver wordt de groeve  in 1756 eigendom van  Hendrik Nieuwenslijk, burgemeester van de Stad Zwolle.

210         Grafplaats van Capitein Albertus de Buisßonnet.[2]

211         Graf van Simon Coorn. Door de erfgenamen wordt de grafplaats verkocht an Ysaak Fourdrinier en in 1791 nog eigendom van Pieter Fourdinier. In 1808 wordt de grafplaats verkocht aan  Catherina Anna Charlotte van Braam, weduwe van  L.E. Op ten Noort[2]

212         Grafplaats van Burgmeester Pilgrem Hardenstein en Dr. Buijs[1] Deze grafplaats wordt  in 1722 gedeeld  door de Jufferen Buis in de Praauwstraat voor de ene helft en  de weduwe van Doctor Jacob Crouse (1629-1695) en Rector assurri  in de eerste klas van de Zwolse latijnse school[2]

213         Grafplaats van de erfgenamen van  wijlen  de Heer Griffier Roelink, nu de Heer Camenaar Henrick Joan Greeven[2] De zerk op dit graf vermeld “Derk van………”

214         Groeve  van Adolf Wijgman en Peter de Munnik, elk voor de  

 helfte.[2]

215            Grafplaats van Engelbert RoelofS.[1] in 1722 was Arnold Hiddink hier begraven. In 1745 eigendom  van Anna Hendrica Hiddink.[2]

216            Dubbele grafplaats van van Warner  Wijndrager[1] en Gerrit en Jan van Goor aan de Vischmarkt[4] in 1722  staat vermeld dat Hendrik Voorthuis  de Oudste hierin zijn laatste rustplaats heeft gevonden en in de andere helft Cornelis Langerijs in ’t binnen Gasthuijs. In 1805 wordt de grafplaats in zijn geheel verkocht aan  Jan Krooneman[2].

217            Grafplaats van  Wolter Jan van der Veen en Juffrouw Maria Engelen, ieder voor de helft.[2]

218            Graf van Jan Christoffer Cramer. Blijkens testamentaire dispositie van Jan Hendrik Cramer dd/ 11 februari 1801 met deze groeve voor altoos onaangeroerd blijven[2]

219            Grafplaats van de erfgenamen van Simon Coorns. In 1791 wordt  Hendrik Willem van Rhee eigenaar die de groeve op 14 februari 1800 verkoopt aan Lambert Beltman. Maar volgens een resolutie van de Regeering dezer Stad van 28 april 1800 wordt de groeve op naam gezet van H. Sijfert als de wettige eigenaar.[2]

220            Grafplaats van  de heer Exc.Roelof Koets (1655-1725) op 4 november 1725 bijgezet in dit graf. Roelof Koets was kunstschilder te Zwolle en in 1681 gehuwd metde eveneens katholike Wijnanda Brouwers. Roelof Koets woonde in een deftig huis aan de Koestraat[5]  De vrij grote grafplaats deelde de erfgenamen Koets met  de Weduwe Marquerink.[2]

221            Grafplaats van Geertruijd Bruins, weduwe van Oldeneel.[2]

222            Graf van de Amptman Beuns Cum Suis.[2]

223            Grafplaats van Thomas Crajenhoff provisor en broeder Frederik Crajenhoff.[2]

224            Grafplaats van de erfgenamen van Berend van Marle[2]

225            Graf van Jannes Vierdag.[2]

226            Graf van de Heeren kinderen Muijden in 1805 eigendom van  Cornelis Godefridus Ramaker[2]

227            Graf van de heer Daniel Baarßelman.[2]

228            Graf van Saliger Jan Hillebrands [1] in 1722 vermeld als graf van Apothecar Stour[2].

229            Graf van Wijbrand Koeijman[2]

230            Graf van doctor Joan Galenkamp. Van deze groeve zijn in 1722 eigenaar Ds Joan Walraven en Lucretia Barbara Walraven, Weduwe Winkelaar en de kinderen van de vendrig van Triest sijnde de Huisvrouwe van Coeverden en de Vrouw van majoor  Stusel.[2]

231            Graf van Guilliam Steels en Jan van Eerten Junior.[2]

232            Idem.

233            Idem.

234            Graf  de weduwe Luinenbergs en de Weduwe van Gerrit WillemS Seven Steern.[1]

235            Graf van Georg Lipperus

236            Graf van de heer Bernardus Sprakel[2]

237            Graf van Arnoldus Greven

238            Graf van Henrik Nilant, Burgemeester van de Stad Zwolle en Cameraar Coenraat Nilant. Erfenmane waren de weduwe burgmeester Nilant en de weduwe van wijlen predikant Johannes Ojers.

239            Claes Freics groeve[1] In 1722 eigendom van de weduwe van Gerrit Groenenberg nu Derk Boode[2]

240            Groeve van  Jan LubbertS de Schipper[1].  In 1722 is in deze groeve begraven Roelof van Stegeren, bakker in Zwolle en later door aankoop verkregen door Hendrik Zandwijk en A.J. ter Smitten.. In 1781 wordt de groeve eigendom van  Anna Catharina Hulsebosch[2]

241            Graf van  Burgemeester Jan GerrijtS Golts . Na 1722  graf van Cameraar Joan Keijser.[2]

242            Graf van Ds. Rijkmannus Wolfsen tot Ijhorst later  eigendom van de erfgenaam Ds.  Coenraat Wolffsen, predikant te Zalk.. De zuidzijde van dit graf werd overgedaan aan Hermanna Adrina van Berckel weduwe van Paulus Hendrik Instus Ijvoy, nu den weleerwaarden heer Henricus Adema, predikant in de Gerefomeerde kerk alhier.

De Noordzijde van het graf zijnde overdeket met 3 blauwe drielingen werd in 1783 verkocht aan Jacob Boreel van Haersma, ontvanger generaal van Friesland, wonenende te Leeuwarden.[2]

243            Graf van Camenaar Mensink.[2]

244            Graf van de heer Olphen.

245            Graf van Majoor Schilder[2]

246            Grafplaat van Thomas Crajenhoff provisor en Broeder Frederik Crajenhoff. In 1823  eigendom van Pieter Voorthuis, zoon van wijlen Evert Voorthuis die hier eveneens te ruste is gelegd[2]

247            Graf van Arent en Lubbegien Steenbergen. In 1800 wordt Berent van den Berg eigenaar van deze grafplaats.

248            Graf van Matthijs en Berent Hermsen Soons uit de Wijnberg[1/4]

249            Graf van Nicolaas ten Have(1604-1650), bekend conrector en cartograaf van Overijssel en werd op 8 juli 1650 in deze groeve te ruste gelegd[2]

250            Graf van Mergje van Diepenheims erfgenamen, nu de kinderen van wijlen Hopman Arnold Waterham[2]

251            Graf van Derk Rees.[2]

252            Grafplaats van Swaantien Mentinks, weduwe van Gerrit Muntz voor de ene helft en de kinderen van Bastiaan Strabbe voor de andere helf[2]. In 1729 wordt Lambert Hendrik van Tongeren eigenaar.

253            Graf van Frederik GerritS te Diese.[2]

 

  

"Middenperk"

Middenbeuk

 

254            Graf van de heer Sloet tot Vollenhove, op 27 nov 1731 heeft de heer Arnoldus Gelderman  bekend gemaakt dat dit graf aan Hopman Gerrit Spaar heeft vereert.[2] De Grafsteen vermeld “Hopman Gerhard Spaar”.

255            Graf van Coenraad Stil[2]

256            Graf van Gerrijt Alberts : “Hopman Greve mombar  van de kinderen hier over aangesprooken zijnde, gezeit willigh te wezen  to het betalen als maar iemand  anders eerst betaald” [1]. Na 1722 wordt deze grafplaats eigendom van de erfgenamen van de Medisch doctor Martinus Greven[2]

257            Graf van Roelof en Egbert Meeuwsen[2]

258            Graf van saliger Martinus van Heijns [1] Na 1722 wordt in dit graf Theodoor Joan van der Ketten bijgezet. De grafsteen vermeld de naam van Mathias Heyns

259            Grafplaats van de  ergenamen van Capitain Roelink[2]

260            Graf van Lucas Rijssen en zijn vrouw. Op 16 oktober 1780 wordt de heer M.P.D. Walraven eigenaar van de groeve[2]

261            Graf van de heer Bernardus van Laar[2]

262            Graf van  Egbertus Bernardus van Marle [1]

263            idem

264            Graf van Hopman Albert Hanselaar[4].

265            Dubbelgraf van  Luitenant Grevink[4], in 1726 verkocht als groeve voor Idalette Gerlina Mulert. De andere helft van dit graf wordt  J.M. de Valet  op 3 februari 1821 begraven.[2]

266            Groeve van  Johannes Gerhardus de Haan, 2e luitenant en Ridder van de militaire Willemsorde 4e klasse bij de 7e afdeeling[2]

 

267            Graf van  “Salighe Juffrouw Anna van Voorst[1] na 1722 vermeld als eigendom van de Heer Schaap van Windesheim en Suster Freulijn Henriëte Schaap[2]. Het graf wordt gedekt met een wapen en acht kwartieren uitgehakt met de volgende tekst: “Ano 1641 de 19 / Martius is de / Weledele Anna / van Voorst / weduwe van de weledelen Saligen / Antoni van Dornick heer in V……senaar / in den Heer ontslapen

268            Idem, echter op 17 febr 1786 door publieke verkoop in handen gekomen van Jacobus Schoemaker[2]

269            Grafplaats van Burgemeester Tobias en Mevr. Hermanna  Judith Tobias sinds 1786.[2]

270      Graf van David van Zomeren[1], later grafstede van  Henricus van Galen.

271            Groeve van Arend Rhijders [1] later van Vrouwe van Meinster in de Nieuwstraat.[4]. In  1730  wordt de grafplaats eigendom van Hendrik Podt, apoteker te Zwolle[2]

272            Graf van Wander van den Bussche[1].  Na 1722 eigendom van de Weduwe van de Camenaar Dedem, nu de Freulin  Dedem.[2].

273            Graf van Joannes van Stegeren cum Suis, In 1723 eigendom van de heer C,J, Zebinden[2]

274            Graf van Gerrit Fransiscus toe Boecop. In 1741 wordt  Herman Bouwmeester eigenaar van de groeve die op 20 juli 1770 de Weledelgestrenge Heer A.N. Fabins, Gemeensman deser Stad Zwolle hiermee heeft vereert.[2]

275            Graf van Salomon Steenhuijsen.[2]

276            Groeve van Jan Holderwij[1]  en Adolph Mensink.[2]

277            Graf van Amptman Beuns, Cum Suis.[2]

278            Grafplaats van de Weduwe van Doctor Hendrik Holt volgens testament van 25 januari 1786 in handen van de Heer Stadssecretaris Herman Antonie Tobias

279            Groeve van Michael Beekman[1] en Bernardus Sprakel[2]

280            Groeve van de heer Bernardus Joan van Laar[2]

281            Graf van Vrouwe Simanna Hendrina Vrießen, Weduwe Selbach.

 

282            Grafplaats van Vrouwe Maria Paulette G.G.; Tengnagel, douariere van Oldeneel en vrouwe Hendrica Arnolda GG; Tengnagel, Dourariere van Doetinchem.  Wellicht werd deze groeve gebruikt voor een priestergraf.[2]

283            Grafplaats van Werner Ignatius Veriaan, de Weduwe Everwijn Verspoel en Ignatius Cok Gelder voor 1/3 eigenaar[2]

284            Grafplaats van de erfgenamen van de Heer Anthonij van Haersolte en vrouwe Johanna van Haarsolte, Heer en Vrouw tot Elsen en Staveren.[2]

285            Graf van Hopman Berent Reijnders[1] later Jan de Vriesch.[2]

286            Groeve van Johan van Sonsbeeck [1] en Gerrit Sonsbeek, brouwer der stad[2] De grafsteen vermeld de naam van “Johan van Sonsbeecke”

287            Graf van Ds. Noortberg tot Breda. Cum Suis[2]

288            Idem als 282 waarschijnlijk voor een priestergraf.

289            Graf voor ½ van Johan Stokebrand en Pieter Berghuijs en de andere helft van de Weduwe Christoffer Winter. In 1782 wordt Hendrik Stokebrand volledig eigenaar die het graf in 1816 verkoopt aan Mevr. Johanna Digma Sandra, weduwe van der Poot.[2]

290            Graf van Juffrouw Hendrica Muntz.

291.          Graf Johannes Rijcken en Geertruid Smidt die hier in 1649 zijn bijgezet.[1] na 1722 door publieke verkoop in handen van de erfgenamen van de Weduwe Schelham. De grafsteen vermeld de beider namen “Joan Rijcken en Geertruid Smidt / Ao 1649”

292.          Graf van Allegunda en Sibilla van Breevoort, volgens testament van de kinderen van Brent van Breevoord en Allegunda in handen gekomen van Gerrit Tiburg die de groeve in 1761 verkoopt aan Hendrik van Ketwich.[2]

293            Graf van Luitenant Thomassen [1] .In 1722 graf van Johannes ter Swaak [4] in 1805 is dit graf verkocht aan Abraham Matthias Cornelis van Bommel.[2]

294            Graf van Derck Rees.

295            Groeve van de Heer Cameraar Willem Louwerman

 

296            Grafkelder

onder twee grafzerken met 5 kisten waarin begraven ligt Jhr. Schaap van Windesheim en Suster Freulijn Henriëtte Schaap. Op 27 oktober 1786 is de kelder in bezit gekomen van Mevr. Dourariere Sloet, geboren Baronesse van Heeckeren tot Zupthen, die hierin eveneens begraven ligt. Tussen 1801 en 1827 zijn hierin eveneens bijgezet: Freulijn Eleonora van Voorst en Anna Agnes Bentinck [2]

De kelder wordt gedekt door een hardstenen zerk met de volgende tekst: “Anno 1623 den 7 juni is Christelick gestorven de Weledele Jonckheer Reinier Schaep tot Windesem. Ao 1620 den 2 januarij is de Weledele juffer Anna van Echten huisvrou van Reinier Schaep tot Windesem captein in den Heer gerust” Op de zerk zijn twee uitgesleten wapens te zien met een gekroonde helm met twee uitkomende ramshorens in een vlucht.

297            Grafkelder  idem.

298            Groeve van Luitenant  Muijden sinds 1785 in bezit van luitenant G.J. Markloff.[2]

299            Graf van Wolter Brants [1] later in bezit van Doctor Roelof Eekhout.[2] De grafzerk vermeld de naam van “Dionysius van Henssoon”

300            Graf  van Everhardus Moerman en zijn vrouw Anthonia Schimmelpenninck . De groeve is later eigendom van George Lipperus[2]. Het graf wordt gedekt met een steen voor “Everhard Moerman en Toentien Schimmelpenninck Ao 1642” met een wapen van twee rechterschuinbalken, twee gekruisde sleutels.

301            Graf van Burgemeester  Queijssen[1] in 1722 eigendom van Doctor Herman Queijssen

302            Idem.[2]

303            Grafplaats van Joan van Duiren.[2]

304            Graf van Derck Lebuwijnus.In 1759 wordt Hendrik Lebuwijnus hier begraven. Volgens dispositie van zijn weduwe is het graf eigendom geworden van Tobias Ulenburg.[2]

 

305            Graf van  Hendrik Gerrijt JansS Brouwer[1/4]. Na 1722 werd Hopman Davij en Juffrouw Magrieta Willemina Rouze hier bijgezet. In 1770 is de groeve eigendom van Burgemeester Lucas Gijsbert Rouze.[2]

306            Graf van Burgemeester van Putten[1] Na 1722 graf voor Joanna Asßinck weduwe van Dr. Meuwsen, nu eigendom van  Burgemeester A.J.van Muijden en deszelfs Ehevrouwe A.Voltelen.[2]

307            Idem 292

308            Groeve van Gerrit Hiddink en Broeder en Susters.[2]

309            Groeve van de erfgenamen van Gerrit van Sonsbeeck, Brouwer en Jan Veltkamp de Jonge, ieder voor de helfte[2]

310            Groeve van Cameraar Holts sinds 1792 eigendom van de heer Clercq David Queissen en Hendrika Maria Greven ehelieden.[2]

311            Graf van Hopman Claes Schurink[1]

312            Graf van Huijbert Schuijrinck[4] Na 1747 in eigendom van Jan Christoffer Kramer.[2]

313            Grafplaats van Cornelis Roek.[2]

314            Zie 282. Waarschijnlijk gebruikt voor een priestergraf.

315            Graf van Hendrik Knoppert en zijn vrouw Arnolda[4]. In augustus 1762 werdne hierin bijgezet de Juffrouwen Johanna Hendrika en Antjen Wolfzen[2].

316            Groeve van Goor[1]  In 1724 grafplaats van Vrouw Van Goors.[4]. In 1769 is de groeve eigendom geworden van de Sussters Johanna Margaretha en Aleijda Drijvers. In 1796 werd de groeve via testament vermaakt aan de Juffers Johanna Geertruida en Maria Hofhuijs[2]

317            Graf van Abraham Roldanus[1/4], zoon van Joost Herman Roldanus(1595-1682), onderwijzer en voorlezer te Zwolle en zijn vrouw Sara Roldanus [6]. In 1774  via  uiterse wil van  Capitein Gerrit Jan Metelenkamp  vereert aan  de heer Johannes Petrus  Janettte, tans kerkmeester van de Grote kerk Zwolle.[2]

318            Groeve van Juffrouw Machteld van Duizen. Later in handen van Burgemeester Rouse[2]

319            Groeve van de erfgenamen Scriverii[2]

320            Grafplaats van het Huis toe IJrst.[4]

321            Groeve van Georg Lipperus

322            Groeve van Aletta Margrieta Keijzer.[2] in 1797 in handen van C. van der Helm.[2]

323            Groeve van Rutger van Dijk in 1783 verkocht aan Jacobus Hendrikus Mazier.[2]

324            Groeve van  Willem Mellinck[1], na 1722 werd Hopman Willem Roeck hier bijgezet. In 1823 eigendom van Pieter Voorthuijs en zijn vader Evert Voorthuis[2]

325            Groeve van de Weduwe van Olphen.[2]

326            Groeve van de Weduwen Moerkerken en Hendrik Smeeks. Na 1703 is de groeve van Reijndert van der Burg A.Zonen. Via de doodgraver Hendrik Zandwijk werd de groeve  op 17 april 1807 gebruikt als laatste rustplaats voor  Marinus Antonie Carel Baron van Voorst van Averbergen.[2]

327            Grafplaats van Cameraar Queijssen en Vaandrig van Triest vor de ene helft en Evert Voorthuijs voor de andere helft.

328            Groeve van de Heer tot Zuijthem in de Praauwstraat.[2]

329            Grafplaats van de kinderen van Majoor Haersolte tot Wolfshagen.[2]

330            Grafplaats van Joan Casimir Vermeer voor de ene helft en  Marten Cattenbeld en broers voor de andere helft.[2]

331            Groeve van Jan van Spoolde later eigendom van de makelaar Petrus van Spoolde[2]

332            Groeve van Matthijs van Rhijn.[2]

333            Grafplaats van de Weduwe van Burgemeester Henrik Nilant en de weduwe van de heer Predikant Ojers.[2]

334            Grafplaats van Capitain A. de Buisßonnet en Susters. In 1744 genoemd als de groeve voor de weduwe Hendrik van Delden. In 1759 door aankoop in handen gekomen van  Berent ten Cate.[2] 

335            Groeve van Campherbeecke [1]. Nu de heer Bernard Crans en Broeders en Susters.[2]

336            Graf van Wilhelm Greven en Christina Queissen eheluiden.

337            Graf van Maurits Schaink later eigendom van Hendrik ter Stege, Grutter te Zwolle.[2]

338            Grafplaats van Willem Meeuwsen, brouwer. In 1783 werd Hendrik Hooft hierin bijgezet.[2]

339            Graf van de Heer Jan van Lambert.

340            Graf van Barent Hakvoort (1660-1730), uitgever, voorzanger en catechiseermeester die op 30 mei 1730 hier begraven werd.[2]

341            Grafplaats van de kinderen van Majoor Haarsolte tot Wolfshagen[2]

342            Graf van Mevrouw Anna Elizabeth Pachenstecher, weduwe van de Baron van Heukelum. In 1793 werd Judit Schouten, weduwe van Hendrik van Stegen hier begraven.[2]

343            Graf van Jolan van der Wijck, ontvanger der Stad Zwolle.[2]

344            Graf van Pieter Morin. In 1791 werd hier begraven  Francois Ewoud Spiering in leven Collonel ten dienste deeser landen[2].

345            Graf van Bernard Willem Ter Borch en Elizabeth Maria Ter Borch.[2]

346            Grafplaats van de erfgenamen Griethuijsßen[4]

347            Grafplaats van de ergenamen van de cameraar Joan Keijzer[2]

348            Grafplaats van Willem Bruinier[2]

349            Graf van Hendrik JanS Keiser vaandrig.[2]

350            Graf van Hendrik Jan Knoppert[2]

351            Graf van Egbert van Stegen, coster in 1728 verkocht aan  Johannes Crops[2]

352      Groeve van Gerrijt van GoorS[1], Na 1722 van Willem van Megen

353            Grafplaats van de erfgenamen Griethuisßen[4]

354            Grafplaats van Jonckheer Oldeniels erfgenamen[4]

355            Grafplaats van Gerrit van Wijck en Engbert van Steigeren, elk voor een halfscheid, in 1729 eigendom van Engbert Ramhorst.[2]

356            Graf van Joan Haecke, stadssercretaris[2]

357            Grafplaats van Bernardus Huete[2]

358            Grafplaats van Joan Potkamp[2]

359            Graf van Everhard Vos. Later wordt hier begraven Egbert Vos de Wael.[2]. De grafsteen vermeld de naam van Aerent Berentsen Smyt / Anno 1620

360            Graf van Isaak Blijdenstein en Hendrik Nieuwenhuis.[2]

 

361            1806 den 8 november is de Roedendrager Willem van Ankum van deese groeve eigenaar geworden zijnde deze dubbele groeve door de Heeren Camenaars aan hem gegeven voor zijn twee enkele groeven no. 185 en 186 waar in verder niet meer kon worden begraven, omdat deze nu liggen onder het Magistraten gestoelte. In 1820 werd de grafplaats verkocht aan Freule Maria Londa van Hambroicht.[2]

362            Idem

363            ?

364            Groeve van Sonsbeecke en Jacob van Delden[1]. Na 1722 graf van de Heer Grootveld.[2]

365            Grafplaats van Burgmeester Crans en Susters voor de ene helft en de secretaris Golts de andere helfte.[2]

366            Grafplaats van Evert Rietberg.

367            Groeve van Luitenant Grevinck[1] Na 1722 grafplaats van Derk Rees [2]

368            Grafplaats van de erfgenamen van Sonsbeek brouwer en de kinderen van Jan Veltkamp de jonge, ieder voor de helfte.[2]

369            Graf van  Harmen LubbertS[1]. Na 1722 zie no.368.

370            Graf van Ds. Mattheus Noppen (1648-1733) Gereformeerd predikant. In 1648 vanuit Norwich in Engeland naar Zwolle beroepen. Drie jaar later huwde hijmet de amateurschilderes Sophia Holt. Op 6 februari 1733 werd hij,naar men beweerd, op 85 jarige leeftijd worden begraven.

371            Groeve van Burgemeester Johan van Haersolte[1] na 1722 eigendom van Anthonie van Haersolte en vrouwe Johanna van Haarsolte, Heer en Vrouwe van Elsen en Staveren. In 1790 werd Freule van Dedem hier begraven.[2]

372            Graf van Mergje van Diepenheim en erfgenamen.

373            Graf van Bierbrouwer Bernardus Voet. In 1791 is de grafplaats eigendom van Gerhard Voet, gemeensman van de Stad Zwolle.[2]

374            Groeve van Gerrit van der Aart, Hendrik Klinge, Albertus van der Vegt en Geertruid Wolfs. Na 1808 wordt Margriete Klinge als eigenaresse genoemd van de groeve, zij is weduwe van Benjamin ter Horst.[2]

375            Grafplaats van Burgemeester Herman Queijssen.[1] Na 1722 Grafplaats van Burgemeester Lucassen[4]

376            Grafplaats van Borchardus Smit en Bernard Hakvoort zuidzijde.

Henricus Lindenhoff is eigenaar van de nordzijde van deze groeve[2]

377      Grafplaats eigendom van de erfgenamen van Gerrit Sonsbeek brouwer en de kinderen van Jan Veltkamp de jonge.

378        Groeve van Gerrijt Holt vader van de gebroeders Herman Holt,

gemeensman en Johan Holt, stadssecretaris.[1]. Na 1722 eigendom van bierbrouwer Bernardus Voet[2]

379        Grafplaats van Juffrouw Aleida Greve.[2]

380        Graf van Wibrand Fabius, procurator.

381        Graf van de heer Burgemeester Cornelis Schouten tot Weesep.

382        Groeve van Lambert Engelen sinen Stalmeister, Gerrijt Engelen

   eigenaar van voorschr groeve[1] later werd Hopman van der

   Herts hir begraven[4] Deze groeve werd  in 1740 aangekocht

   door de apotheker Joannus Zegerius[2]

383         Graf van de heer Burgemeester Jan van Rijssen nu de heer

Burgemeester Lucas Gijsbert Rousse (1729-1797) die hier op 9   november 1797 werd begraven. Rousse was bibliotheekbezitter en stamde uit een familie van officieren en Zwolse regenten. Hij was Orangist en belangrijke regent in Zwolle.Na de Bataafse omwenteling was het definitief gedaan met zijn invloed. De zerk vermeld de naam van Jan van Rijssen.

384        Graf van de weduwe Mol in de Dieserstraat of Hoefslag in 1743

wordt de groeve eigendom van Doctor Arnold Jan Helmich

(1713-1783) die hier ine 1783 wordt begraven. Helmich stamt uit een Twents geslacht uit Delden. In Zwolle huwde hij met Elizabeth van Arnhem. Was als Katholiek verbonden met de Statie Onder de Bogen in de Spiegelstraat waar hij de administratie van voerde. Hij woonde in het pand Nieuwstraat 55

385      Groeve van de metselaars Baas Jan Werninck. De noordzijde van deze groeve was eigendom van Henricus Lindenhoff.

386        Burgemeester Egbert Alberts synen sarack voir de bank[1] In

1722 eigendom van Burgemeester P.E. Sabe tot Campen.[2]

387         Grafplaats van Derck van Sonsbeek, comijs, de erfgenamen Jan

Brouwer, de Juferen Greven in de Diezerstraat en Aleida Greven, ieder voor 1/3 part.[2]

 

 

 

388      Grafstede van Dr. Lucas Nuijs.[4] Door Jan Neuteboom buiten de Sassenpoorte aangekocht van de kerk den 26 maij 1735, liggende op de Noordzijde me 3 drielingen belegd. In 1790 aangekocht door  Helena Voskuil, weduwe  van Cornelis Hendrik van der Veen.[2]

389            Graf van Vrouw Haksters.[1] In 1762 is de heer W.O.G. Lohman J.U.D. eigenaar geworden van deze groeve.

390            Grafplaats van Gerrit van Sonsbeek, de ene helft en de andere helft van de kinderen van Jan Veltkamp de Jonge.[2]

391            Graf van Hendrik EvertS te Oldeniel.

392            Graf van de heer Burgemeester van Marle.

393            Graf van de Weduwe Hoefslag. In 1793 wordt Doctor Arnold Jan Helmich eigenaar van deze groeve.

394            Groeve van Geertruid van Haerst.

395            Grafplaats van de Heer Burgemeester Arnoldus Greven.

396            Graf van Jacob Sprakel. De heer T.E. Meijerinck is bij de veiling van 1796 eigenaar geworden.[2]

397            Graf van Jan Middendorp in 1750 eigendom van Jan Hofhuis de Jongste[2]

398            Grafplaats van de kinderen van Majoor Keppel Fox. Arent Jan ter Smitten is bij een openbare veiling eigenaar geworden van deze groeve die hij in 1766 verkocht aan lambertus Meulenbroek en zijn vrouw.

399            Grafplaats van de provisor Thomas Krajenhoff cum Suis.

400            Grafplaats van Hendrik van Delden in de Luttekestraat.

401            Groeve van Everhard Vosch nu eigendom van Egbert Vosch de Waal[2]

402            Graf van Gerrit Olthoff.

403            Groeve van Mr Albert  Schmidt[1], na 1722 werd Bernardus ten Cate hier begrtaven. De heer Anthonie van Muijden wordt in 1782 eigenaar luidt een coopbriewf van Vendumeester G.J. Dijkhof. In 1817 is Jan Hermannus van Engelen eigenaar geworden door aankoop van Gerrit Engelbert Meijsen die de groeve uit erfenis had verkregen.

404            Groeve van Jasper Broutier[1]. Later van Isaak Blijdenstein.

405            Grafplaat van Joan Potkamp later in bezit van Gerhard van Sonsbeek.

406            Graf van de heer Willem Grootveld.

407            Graf van Amptman Rousen[4] waarin Hendrik Driesman werd bijgezet.

408            Grafplaats van Steven Voet in de Voorstraet, sijn broer en zusters[4] In 1755 werden Gijsbert van Toor en Willem Aams eigenaar.[2]

409            Graf van Jan Reinders, zilversmid hier ter stede.

410            ?

411            Groeve van Hilbert Mijnschers[1] Vanaf 1722 Graf van Hermen en Phillips van Groenouwe.[4]. In 1822 is deze grafplaats eigendom geworden van  Mevr. Anthonia Coenradinia Wilhelmina,Ashueria van Voorst, Dourariere van Plettenburg.[2]

412            Graf van Warner Arent van Keppel Fox. In 1748 in handen gekomen van Burgemeester Egbert Scriverius[2]

413            Dit graf is weg leggende in het Middenperk onder de brede trap voor de consistorie kamer.

414            Idem

415            Idem

416            Idem

417            Idem

418            Graf van Derk Beeldemaker zilvermid te Zwolle

419            Zijnde een dubbele kerken Groeve overdekt met 6 blauwe drielingen met graf van Willem  Enße, kuijper[4] in 1785 verkocht aan Gemeensman Adrianus Beeldenmaker (1706-1791). Hij was zilversmid en woonde in de “gouden troffel” in de Voorstraat. Hij werd a5 april 1791 hier begraven.

 

"Suijderperk"

Zuiderbeuk

 

420            Grafplaats van Hendrik Voorthuis later Evert Voorthuis[2]

421            Graf van Daniel Amia

422            Groeve van Geertruid Margareta van Uiterwijck tot Alerdinck en de Heer Capitein Rippebant, elk voor een halfscheijd. In 1739 komt het graf op naam van luitenant collonel Evert Elbert Antonie van Raasveld tot Heemse.

423            Grafplats van Hendrik Stinstra.

424            Groeve van Hendrik Schuttelaer[1] later verkocht aan Joan Casimir Vermeer.[2]

425            Graf van Wilhelm Vriesen, Schoutus van Zwolle. In 1784 eigendom van Jan Gabriel Tegelaar.[2]

426            Graf van Lucas van Breevoort

427            Grafplaats van Thomas Muijden, schoutus en A.J. Muijden, burgemeester en zijn vrouw A. Votelen. Op de grafsteen wordt  Antony van Muyden Ao 1782 genoemd. Op 27 april 1722 werdin dit graf bezijden het koor Meester Joan van Muyden begraven [5]

428            Grafplaats van Hendrik Jan Cnoppert

429            Graf van Jonker Johan van Heerde toe de Hofstede[4]

430            Graf van de heer Van Veurden later eigendom van Zeger Zegerius

431            Groeve van Luitenant Schaffer in bezit gekomen de Jonge Licentmeester ter Borch[1] Na 1677 werd  Herman ter Borg hier begraven.en zijn vrouw Tenigien Oliviers.[2]. Herman ter Borch (1638-1677) was licentmeester te Zwolle en huwde met Tenigien Oliviers(1) en Maria Crouse in 1664 te Enkhuizen. Zijn ouders waren Geert ter Borch en Wysken Hermans dochter Matthias. De grafsteen vermeld Herman ter Borch

432            Grafplaats van Capitein A. Bouissonet en Zusters.  In 1744 wordt Isaak Paschens, wijnkoper eigenaar door aankop van de weduwe van Hendrik van Delden.

433            Grafstede de Scholtus ten Oever.[4]

434            Graf van Jonker van Heerde[4] later graf van Jochem Rutgers van Ulssen. In 1758 wordt Juffer Suzanne Godefroi eigenaresse.

Michiel Godefroi verkoopt de groeve in 1789 aan  Jan Christoffer Erdsieck[2]

435            Graf van Frederik Hendrik van Benthem. In 1759 is de groeve van doctor Gerrit Albertus Podt.[2]

436            Sinds 1776 eigendom van Johannes Tieleman.

437            Grafplaatsvan Burgemeester Cranz en zijn zusters en broers voor de ene helft en Stadssecretaris Golts de andere helft.

438            Grafplaats van Burgemeester Lucas Gijsbert Rousse.[2]

439            In 1759 eigendom van luitenant G.J. Markloff. In 1810 van H.J. Vernhout. 

440            Graf van Willem Jan Cannegieter Cum Suis[4]. In 1822 verkocht aan  J.H. de Bruin, majaar en kommandant van de Stad Zwolle.[2]

441            Grafplaats van Egbert van Stegen, coster. In 1790 wordt Gerrit Ridderinkhof, veerschipper eigenaar.[2]

442            Grafplaats van Kapitein Willem van Rijswijk voor de halfscheijt en Freulijns van Rijswijk mede voor de andere halfscheijt.[2]

443            idem

444            Groeve van  Johan van Lansch[1] later graf van Gerrit Ovink, stadsschoolmeester. In 1749 is Hendrik van Emst, apoteker eigenaar geworden.

445            Groeve van Ds. Cornelis Cok en Zusters. In 1786 bij openbare verkoop in handen van Mr. J. Koning en Vrouwe Aleida Geziena Lanckhorst te Groningen.[2]

446      Groeve van Gerrijt van Duuren [1]

447            Graf van Willem Palthe, grutter[4] In 1755 werd de Zwolse faktoor Andreas Ignatius Kistemaker eigenaar van deze groeve.

448            Groeve van Saliger  Bernard van  der  Laarbroeik [1] In 1722 grafplaats van de vrouw van Wekdam voor de helfte[4]

449            Graf van Hopman Egbert Ridder.

450            Graf van Ds. Coudewijn later verkocht aan de conrector Fredericus Arnoldus Wolffsen.

451            Graf van Petronella ten Velde genaamd Plasburg en Juffrouw Anna ten Velde.

452            Graf van Stadssecretaris Wijcherlink. In 1822 wordt Willem Hendrik Royer eigenaar.

453            Graf van Adriaan Sloot tot den Westerburg te Zutphen.

454            Groeve van Burgemeester Keterbyck(?) [1] en Jan Goris Erkelens. J.G. Erkelens heeft in 1749 de helft van zijn grafplaats een de noordzijde liggende tegen het middenperk  vereert aan  Hendrica Dammans die hier begraven werd. In 1798 wordt Jan Dammans als eigenaar genoemd.

455            Graf van Abraham Zonsbeeck. De grafplaats wordt verkocht aan Ir. J.Prins blijkens een koopbrief getekend op 24 december 1819 door Mevr. C.H. Boogmans geb. van Sonsbeeck, J.S. Boogmans, B.J. van Sonsbeek en W.A. Cremers, wed. G.van Sonsbeek.

Ir.J.Prins heeft de grafplaats opnieuw verkocht op 17 januari 1820 aan Johanna Hendrika  Broesenaar.

456            Graf van Freulijn Christina Henriëtta van Haersolte.

457            Graf van Joannes Hanselaar.

458            Groeve van  Martinus Bussemaecker [1]  Hierin werd later begraven de Stads roedendrager Michiel Meulenbelt.

459            Grafplaats van de weduwe van Gerit van Rijssen na 1722 eigendom van de burgemeester Lucas Gijsbert Rouse.[2]

460            Graf van Dr. Joan Holt en suster voor de enen helft en juffrouw Petronella Holt  die hier in 1735 werd begraven.[2]

461            Graf van Cameraar Albertus Greven en Sina Eekhout. De halfscheijt  van wijlen  de heer Cameraar Greven kwam later toe aan Mevr. H.M. Podt, weduwe van wijlen F.H. van Benthem. Volgens testament vasn deze laatste kwam het graf omstreeks 1800 tot aan P.C. Sabe tot Campen[2]

462            Graf van Hr. Bruins in Camperstraat[4]. Op 5 oktober 1730 is er inzaat gedaan (in het graf gekeken) en wederom in 1774 en bleek dat hier in begraven lag Mevr. Stolte, geb. Wiggers. Den 30 okt 1774 heeft de gemeensman J.H. Stolte dit graf aangekocht van zijn moeder.[2]

463            Groeve van Rijnholt Haaften[1] In 1722 grafplaats van de weduwe Everwijn Verspoel en Ignatius Cok, ieder voor een halfscheijt.[2]

464.     Grafplaats van Basilius Duijvens in 1735 publiekeljk verkocht aan Evert van der Veen en Catherina Zwitters waarin  o.a. Magratha van der Meer werd bijgezet in 1750. Op 26 juni 1777 heb ik M.D.J. Walraven, koster van der Grote kerk dit graf voor de roedendrager Jan Baver op het Reventer verkocht aangekocht voor een som van 25 gulden en op dezelfde dag het gemelde graf voor dezelfde som wederom verkocht aan Johann Christiaan Hotze / Aanspreker die hier in 1784 werd begraven. De grafsteen met de tekst: J.C. Hotze. Anspreker 1784 ligt nu in het Noorderkoor

465.          Graf van Joan Reinders de zilversmit met een Grafsteen van Christiaan Reiners 1669.

466.          Grafplaats eigendom van de Camenaar Theodorus Queisen en Evert Voorthuijs, ieder voor een halfscheit. De weduwe van Evert Voorthuis, Grietien Oldenhof hertrouwd met Jan Blankvoort, die in 1736 eigenaar is. In 1737 worden  volgens loting Gerrit Ovink en zijn huisvrouw Aafje de Haas eigenaar van de andere helft[2]

467.          Grafplaats eigendom van de Weduwe Haersolte tot den Cranenberg.[2]

468.          Grafplaats eigendom van de Weduwe Haarsolte.

469.          Grafplaats eigendom van Hendrik Jan Cnoppert en vrouwe Maria Pauletta Gansneb genaamt Tengnagel Douariere van Oldeneel en Hendrika Gansneb genaamd Tengnagel Douariere van Doetinchem, ieder voor 1/3 part of deel eigenaren.

470      Groeve van Mijndert JellisS(oon) [1]. Na 1722 van Jan Tellen

471            Graf van Henrik Jan Knop en Sophia van Oldeneel [4]. Na 1722 eigendom van Burgemeester van Marle.

472            Grafplaats van Burgemeester Molkenbour.

473            ?

474            Graf van Hendrik en Berent Sligten. Op 15 maart 1800 wordt Tielman Forier bij een publieke verkoop eigenaar van dit graf.

475            Graf van Berent Knaap. Van deze groeve eigenaar geworden op 16 sept 1775 Jan ter Horst. Deze verkocht de groeve op 11 sept 1795 aan Adam Lebrecht Muhlman [2]

476            Grafplaats eigendom van Burgemeester Crans met zijn broers en zusters voor de ene helft en Stadssecretaris Golts voor de andere helft.

477            Grafplaats eigendom van Theodorus Brouwer en Broeders

478            Graf van Juffrouw Henrica van Markel na 1722 eigendom van Dr. Gerhard Treurniet. In 1782 werd de heer Van Roijen en Vrouw Margaretha Willemina Treurniet, zijn vrouw[2]

479            Grafplaats eigendom van de weduwe van Jannes Graaff en de weduwe van Benjamin Voltelen. In 1744 werd Arnoldus Waterham, Hopman en commandant van de Stad Zwolle eigenaar van deze grafplaats.[2]

480            Grafplaats van Camenaar Albertus Asßing. Na 1722 eigendom van Burgemeester A.J. van Muijden en zijn ehevrouwe A.Voltelen.[2] Op de grafsteen wordt vermeld Christian Sayen

481            Graf van Claas van Amerongen. In 1738  wordt Derk Leferink eigenaar. Zijn erfgenamen verdelen op 30 mai 1808 het graf tussen  Egbert Middendorp en de weduwe van Jacobus Verspaar voor de ene halfscheit en de weduwe van Nicolaas van Deventer Senior en de Weduwe van Albert van Ommen voor de andere halfscheit.

482            Graf van Hopman Jan van de Werff.[4] Na 1722 Graf van Rierus en Hermanus van Amerongen. Dit graf werd eveneens in 1738 verkocht aan Derk Leferink, zie nummer 481.

483            Grafplaats van Mevr weduwe Finanda Hendrina Vriesen, Weduwe van Selbag. Na haar door wordt het graf  door Mevr. J.J. de Famars, geboren Vriesen verkocht aan Hendrik Groskamp.

484            Graf van Jhr. Everhard Cokman.

485            Grafplaats eigendom van Burgemeester van Marle

486            Grafplaats van Willem van Megen.

487            Grafplaats van de kinderen van wijlen de Weduwe Jannes de Graaff[2]

488            Groeve van Alberts int Ambelt[1]. Na 1722 eigendom van Kamenaar Albertus Assing. In 1800 eigendom van Burgemeester A.J. Muijden en deszelfe ehevrouwe A.Voltelen.[2]

489            Grafplaats van Jacob Jacobsen Kerkmeester te Deventer.

490            Graf van Luitenant Muijden. Op 1 maart 1758 wordt luitenant G.J. Marloff eigenaar van deze groeve.[2[

491            Grafplaats van Jonker Arnoldt Thomas de Swiers.

492            Graf van Jan Christoffer Masman.

493            Grafplaats van de erfgenamen van camenaar Joan Keijser. De grafsteen vermeld de naam van “Joan Keiser”.

494            Grafplaats van Jonker Everhard Kokman. De grafsteen vermeldt het volgende opschrift: “Maria Jud. J. Glauwe / Everhart  Kockman

495            Grafplaats van Dr. Herman Queisen.

496            Groeve van Jan Schierinck [1]. Na 1722 werd Wolter Hilderink tot Meppel hier begraven. In 1770 van Jan Potgieter.

497            Groeve van Albert Cromholts [1]. Na 1722 graf van …….. Bakkers tot Hasselt, genaamd  Grieltje Cromholt. Op 3 juli 1794 werd  Wilhelmus van Zutphen (1707-1794), Gereformeerd predikant hier begraven. Wilhelmus werd in 1744 beroepen naar de Grote Kerk in Zwolle.

498            Groeve van Jonkeer Van Ennse[1]. Na 1722 eigendom van Jan BerentS Bavink.

499            Graf van Dionisius van Henseboom.

500            Graf van Camenaar Merwede en de heer Egbert Coenders.

501            Graf van Salome Lange weduwe van Dr. Nieulo. In 1738 werd de grafplaats eigendom van  Peter Berghuijs.

502            Grafplaats eigendom van Lambertus Steigeren.

503            Groeve van Mr. Joost Schoemaker [1]. Na 1722  grafplaats van Matthijs van Sanen.

504            Groeve van Dr. Buijs[1]. In 1777 werd  Jakes Worst hier begraven. Zijn zoon Jacob Worst wordt dan eigenaar van de groeve.

505            Grafplaats eigendom van Juffrouw Buijs in de Praaustraat voor de ene helft en Ds. Crousen weduwe met de erfgenamen van Rector Assuerii voor de andere halfscheit.

506            Graf van Engbert van Stegen Coster van de kerk. In 1798 wordt Derk Greeve en zijn vrouw Johanna ter Wolde eigenaars van deze grafplaats.

507            Grafplaats eigendom van Aleida Greve en Hendrik Holt [2]

 

508            Graf van Gijsbert van Ittersum, burgemeester van Zwolle, zoon van  Wolf van Itersum en Aleid Sloet.  Gijsbert van Ittersum werd hier in 1699 begraven en zijn dochter Juffrouw van Ittersum wordt eigenaresse. Na 1722 wordt de groeve eigendom van Jacoba, Douariere  van Haarsolte, geboren Roode van Heeckeren.[2]. Het graf wordt gedekt met een grafsteen van Gijsbert van Ittersum

509            Grafplaats eigendom van de weduwe van Gerrit Jonker en erfgenamen Gerrit van Rijssen. Burgemeester Lucas Gijsbert Rouse wordt later als eigenaar van dit graf genoemd.[2]

510            Graf van Kamenaar Diederik Vriesen.

511            Graf van Albertus Brouwer in de Diezerstraat. 1756 den 13 maij heeft de heer Thomas van Muijden scholtus van Zwol, mij deze Groeve aangegeven als zijnde daarvan van alleen eigenaar te zijn geworden. [2]

512            Grafplaats eigendom van Lambertis van Steigeren.

513            Graf van Berent Spaar.

514            Graf van de Zalige Ds. Christianus ten Ham. Daarna in bezit van Adam van Kempe tot Campen[4]. Op 13 sept 1742 wordt Frederik Carel Voyer hier begraven. In 1794 wordt de Zwolse apotheker Lambertus Riet eigenaar van de groeve.

515            Grafplaats eigendom van de kinderen  van Muijden.

516            Graf van Pieter Coenraat van Zee.

517            idem 

518            Groeve van Jonkheer Simon van Essen, grafplaats eigendom van Lucas Willem van Isselmuiden, zijnde Drost van Zalick. Na 1722 blijkt Gerbrand Lambersen van Dijk, Leerlooier te Zwolle hier begraven te zijn.

519            Grafplaats eigendom van Georg Lipperus met grafsteen met uitgesleten wapen met helmteken op een vlucht, waarover dwarsbalken [5].

520            Idem

521            Graf van Jan Canselaar, stalmeester. In 1759 wordt Lubbertus Velink, Meester kleermaker te Zwolle eigenaar van de groeve.

522            Graf van Jan Menger, provinciale bode

523            Grafplaats eigendom van Juffrouw Aleida Greve.

524            Graf van Andries Straatman. In 1755 eigendom van Abraham van Gaasbergen.

525            Grafplaats eigedom van Jonker Arnolt Thomas de Swiersen.

526            Grafvan de heer Amptman Beuns.[2]

527            Grafplaats van de kinderen van Albertus Brouwer in de Dieserstraat.[2]

528            Graf van Luitenant Cornelis Rijksen[4].  Eveneens ligt hier begraven Hermannus van Loo (1682-1755), zilversmid te Zwolle die hier op 14 juli 1755, voor het latijnse hekje, werd bijgezet. Herman van Loo had deze grafplaats al in 1739 gekocht  Herman van Loo was tevens  luitenant bij de Zwolse schutterij. In dit graf werden eveneens begraven  Jan Hendrik van Loo in 1762 en Johan van Loo (1720-1802) eveneens zilversmid te Zwolle.

529            Graf van Arent Kevink en Aaltien EgbertS van Marle[2]

530            Grafplaats eigendom van Hendrik en Berent Sligten.

531            Graf van Jacob van den Berg.

532            Graf van Aleida Geertruid Swam, genaamd Camerlinck en Zusters en broeders.

533            Graf van de heer Joan Casimier Vermeer.

534            Groeve van Burgemeester Johan van Haersolte[1] Na 1739 eigendom van de erfgenamen van Anthony van Haersolte en Vrouwe Johanna van Haarsolte, Heer en Vrouwe tot Eese en Staveren. Nu de Freule van Dedem.[2]

535            Idem

536            Graf van Jan JacobS van den Bosch. In 1739 wordt Berend Mooijer eigenaar van de groeve. In 1802 wordt A. van Marle eigenaar van deze grafplaats.[2]

537.         Graf van de Heer Adriaan Sloot tot den Westenburg tot

 Zutphen

538.       Groeve van  Joan Gonnerlinck[1]. Na 1722 wordt Geerlig

  Neuteboom eigenaar van de grafplaats.[2]

539.          Groeve van majoor Johan ter Borch gemeensman te Zwolle 1625-1655. Na 1722 Graf van de Jufferen Lamberta en Anna Maria Voet[2]. De grafsteen is versierd met het familiewapen van ter Borch in wit marmer uitgesleten en de tekst Johan ter Borch

540.          Graf van De Cornet Evert Jan TeusSink, Cum Suis

541.          Groeve van Lambert Stuive[1] na 1722 eigendom van Geerlig Neuteboom.

542.          Grafplaats van de Vrouwe Douariere van Dedem toe den Gelder nu Freule van Dedem.[2]

543.          Idem

544.          Grafplaats van Capiteijn Rijwijk.

545.          Idem

546.          Graf van Hendrik van Eekhout, notaris tot Haarlem.

547.          Grafplaats van Hendrik van Berkum en de Weduwe van Jan van Berkum.[4].Na 1722 voor een halfscheijt in bezet van Hendrikus Frik.

548.          Graf van Goris van Duizen, brouwer te Zwolle. Op 7 oktober  1750 wordt Wolter van Duizen, gemeensman en borger Hopman hier ter aarde besteld.

549.          Graf van Gerrit Groenenberg in 1782  wordt Gerrit Bode eigenaar.

550.          Grafplaats van de weduwe Willem Hondela.

551.          Graf van Jan Westerkamp. Com suis.

552.          Grafplaats van de kinderen van zaliger Albertus Brouwer in de Dieserstraat.

553.          Groeve van Willem Claassen[1] Na 1722 eigendom van de weduwe Gerrit Muijzenvanger.

554.          Groeve van Egbert van Dedem nu eigendom van Cameraar Van Dedem weduwe.

555.          Grafplaats van Cornelis Eving

556.          Graf  van Willem Clasens en in 1724 in bezit van Abraham Kampshaven [4]. Dit graf wordt gedekt met een grafsteen van Tonis Haecke

557.          Graf van Klaas Dijck in 1822 geregistreerd als groeve van Jan Johannes Dumpel en Gezina Dumpel, huisvrouw van de Heer Burgemeester Daniel Pruimers.

558.          Grafplaats van Alexander Hallegraaf, Catrina en Joanna Hazelhorst, ieder voor 1/3 eigenaar.

 

559.     Graf van Capitein en Hopman Lubbert Ulgher [4].  Hopman Lubbert Ulger was ten tijde van de  St. Vitusnacht (15 juni) 1580 de aanvoerder van de Staatsen tijdens de daarop volgende burgeroolrog die voor een omwenteling zorgde ten gunste van  de Oranje.  Hij werd militair commandant van de Stad Zwolle later opgevolgd door Gerard van Warmelo,  Staatse Drost van Salland. In 1756 is deze groeve door aankoop eigendom geworden van de grutter Garrit Harsevoort en in 1781 de procurator Salomon van Deventer.[2]

560.          Groeve van Jacob inns ….. ?[1]. Na 1722 is de groeve eigendom van de weduwe Hellendoorn in 1807 wordt Reinier Aams eigenaar.

561.          Groeve van Hilbert Botter[1]. Na 1722 Peter Bitters erfgenamen. Op 6 mei 1740 worden David Verspaar en zijn vrouw Janna Brinkvoort eigenaar van deze groeve. In 1764 gaat het grafrecht door verkoop over op Henning Joachim Prehn.

562.          Graf van Jacob Verspaar. Cum Suis.

563.          Grafplaats van de weduwe van Derk Weijenberg. In 1722 wordt de stadsroedendrager Otto Overweg eigenaar.[2]

564.          Grafplaats van de heer Burgemeester Cornelis Schouten tot Wezep.

565.          Grafplaats van Vrouwe Petronella Ten Velde genaamd Plasburg en Juffrouw Johanna Ten Velde.

566.          Grafplaats van de kinderne van Willem Knoop tot Deventer.

567.          Grafplaats van de erfgenamen Griethuijsen[4]

568.          Dubbele grafplaats van de weduwe Derk Weijenberg. In 1722 verkocht aan Jan Aams.

Dubbele grafplaats van Jan Swart de Jongste. De doodgravers A.J. ter Smitten en hendrik Zandwijk hebben deze groeve verkocht aan Juffer Catherina de Vries.

569.          Grafplaats van jelis Renouw.

570.          Grafplaats van de heer Roelof Koets en weduwe Markerink. Roelof Koets (1655-1725) was Zwols kunstschilder en werd hier op 4 november 1725 begraven.

571.          Grafplaats van de weduwe Ds. Schukking de Oudste. In 1804 wordt deze groeve aangekocht door Mr. Rhijnvis Feith.

572.          Graf van Derk van Sonsbeek , Com Suis.

573.          Grafplaats van Roelof van Stegeren aan de Melkmarkt in de Witte Eenhoorn. Nu de weduwe Bernardus van Dijk[2]

574.          Grafplaats van Juffrouw Anna Wolfsen.

575.          Idem

576.          Grafplaats van Richard Ketel en Broeders & Zusters, en de kinderen van Gerrit van Haarst.

577.          Grafplaats van de weduwe van Evert van Dijk of weduwe van Jan Molanus. In 1759 wordt Johan Christiaan Biebericher eigenaar.

De groeve wordt gedekt met een grafsteen met de tekst: “J.C. Biebericher 1760 / Elizabeth Fabius huisvrou / van / Jacobus Bodde / 1806 / . Johan Christiaan Biebericher werd op 30 april 1800 hier begraven in de leeftijd van 83 jaar. Hij was de schoonvader van Gerhardus Fabius die als weduwnaar op 3 mei 1775 in het huwelijk trad van Frederica Wilhelmina Biebericher [5]

578.          Grafplaats van Hopman Egbert Ridder.

579.          Grafplaats van Adam de Ridder. In 1771 heeft Engbert de Ridder en zijn vrouw Catrine van Heune dit graf verkocht aan mij M.P.D.Walraven, koster van de Grote kerk en op 22 juni 1772 hebbe ik den groeve wederom verkogt aan de heer Louwerens van Ootmarssen.[2]

580.          Grafplaats van Hopman Meuwsen. In 1798 wordt Johan Helmig Meuwsen eigenaar.

581.          Graf van Nicolaas ten Have (1604-1650), conrector en Overijssels cartograaf. Op 8 juli 1650 werd hij hier begraven. Zijn dochters Elizabeth en Reiniera ten Have verkopen de groeve in 1747 aan Johanna van den Berg, weduwe van Derk Dwars.[2]

582.          Grafplaats van de Weduwe van Mourits Beekman. In 1798 wordt Doctor Tobias  eigenaar van de groeve.

583.          Grafplaats van de weduwe van Dr. Truirniet.

584.          Grafplaats van de ergenamen van Joan van Beeke. In 1749 wordt de groeve eigendom van luitenant colonel Coenraad Metelenkamp.

585.          Grafplaats van de weduwe van stadssecretaris Joan Haecke later de groeve van Casper Borcherds, smid te Zwolle. Na 1763 wordt de groeve eigendom van  Hendrik Hakvoort.

586.          Grafplaats van de heer Bernardus Molkenbour.

587.          Grafplaats van de erfgenamen van wijlen Geertruid Bruins, weduwe van Oldeneel. De grafzerk vermeld het jaartal 1611.

588.          Grafplaats van Kasper Sajen.

589.          Grafplaats van Hopman Meuwsen. Nu Hermen Roelof Meuwsen en in 1798 van Joan Helmig Meuwsen.[2]

590.          Grafplaats van Albartjus Homoet.

591.          Grafplaats van Berent Schutte, wijdrager. In 1765 wordt de groeve eigendom van Gerhard van Steijn, stadsschoolmeester te Zwolle.

592.          Grafplaats van Francois Klement, boekdrukker te Zwolle.

593.          Grafplaats van Lubbertus Tobias.

594.          Graf van Ds. Noortberg tot Breda Cum Suis.

595.          Grafplaats van juffer Joanna Arnoldina Bruins in de Bloemendalstraat.

596.          Graf van Amptman Beuns. Cum Suis.

597.          Grafplaats van Kasper Sajen.

598.          Grafplaats van de erfgenamen van de  zalige Hopman Lubbert Ulgher.[4] In 1819 wordt deze groeve eigendom van Jan van Dijk en diens weduwe Alida Braskamp.[2]

599.          Grafplaats van de weduwe van Derk Weijenberg. In 1722 wordt de groeve verkocht aan de weduwe Egbert Visscher wonenende op de hoek van de Voorstraat. In 1809 komt de grafplaats in handen van Alida Braskamp, huyisvrouw van Jan van Dijk.[2]

600.          Grafplaats van Warner Ignatius Periaan, de weduwe Everwijn Verspoel en Ignatius Cok, ieder voor 1/3 part.

601.          Grafplaats van Juffrouw Aleida Greve en Henrik Holt.

602.          Grafplaats van “Het Convent”

603.          De juffrouwen Buis in de Praaustraat voor de ene helft en de weduwe van Ds.Crouse en de kinderen erfgenamen van de Rector Christiaan Assueri voor de andere halfscheid.

604.          De erfgenamen van Rechteren tot Rechteren.

605.          Graf van Arnoldus van Arnhem bij de Sassenpoort.

606.          Grafplaats van Lambert Roerink

607.          Graf van Derk Rees nom.uncoris.

608.          Graf van Jan Kancelaar, stalmeester der Stad Zwolle. Na 1756 in bezit van Herman Hulscher.

609.          Graf van Egbert van den Bosch. In 1818 werd Berend van Ommen eigenaar van deze groeve.

610.          Graf van  Hendrik Molkenboer [1.4] . Daarna in handen van Matthijs van Rhijn.

611.          Graf van Arent Harwitz. Na 1722 is deze groeve afwisselend in handen van  procureur Hillebrand van de Werff, Simon Volten en Johannes Sebastiaan Van Naamen om daarna wederom weer in handen te worden gesteld van Simon Volten 1774. De steen over dit graf  is van Jacobus van Hattem en Arent Peter Herwis of Harwitz.

612.          Graf van Lambertus van Loo. In 1762 in bezit van Lambertus Sanders  van Loo, oudste zoon van wijlen Jan Hendrik van Loo, wonende te Amsterdam. Jan Hendrik van Loo werd hier begraven. Op 16 juli 1814 wordt de groeve in bezit gesteld van  Lambertus Johannes Sanders van Loo.[2]

613.          Graf van Engbert van Dijk. Cum Suis. Op 19 juni 1823 worden de eigendomsrechten van deze groeve overgeschreven op Jan Johannes Dumpel en Gezina Dumpel, huisvrouw van de heer Burgemeester Daniël Pruimers.

614.          Grafplaats  van de juffrouwen Buis in de Praauwstraat.

615.          Graf van Hendrik ter Becke. In 1817 wordt Frederik Wilhelm Thorbecke.[2]. De grafzerk aan de westzijde bij de uitgang naar de kosterkamer vermeld de naam van “Henrich ter Becke”

616.          Groeve van Doctor Hogencamp [1]. Na 1722 werd Abraham van Linden en zijn zuster hier begraven.

617.          Grafplaats van de erfgenamen van wijlen Griffier Roelink. Na 1722 eigendom van de heer Camenaar H.J. Greeven.

618.          Graf van Vrouw van Olphen.

619.          Grafplaats van Hendrik ter Stege.(zuidzijde) en Berent Smeenk. Op 30 mei 1798 heeft de ergenaam Derk Jan van Noorle deze groeve begeert over te schrijven op naam van Albertus Nicolaas Hooft. In 1814 wordt Burgemeester Jan van Ulsen eigenaar.[2]

620.          Grafplaats van Jan Swart de Oude en Hendricus van den Berg.

621.          Graf van de weduwe Worcum. Cum Suis. Gedekt met een grafsteen van W. Kersseboom

 

622.          Graf van Derk Kronenberg in 1722 eigendom van Gerrit Kronenberg. In 1787 werd het echtpaar  Fokke Reitsen en Anna Peppels eigenaar. Fokke Reits verklaart op  23 juli 1806 de groeve verkocht te hebben aan Jacob ter Smitten die de groeve op naam van Pieter Bello, Meester Chirurgijn der Stad Zwolle kocht.[2]

623.          Graf van Berend Pese na 1772 eigendom van de Erven Tieleman Tielemans.

624.          Graf van  Jan Jacobs van den Bosch en Menta Versßeveld[4] Op 30 julij 1734 werd insate gedaen.

 

De volgende groeven zijn verlegd:

 

 

629            Groeve van  Gerijt Sondervan[1]

634.     Groeve van Arent van Bolten[1]

656            Oorpr. Graf van Hendrick Campherbeeck verlegd [1]

672.     Groeve van Jacob Hamers[1]

678      Groeve van Gerrijt Glazenmaeker[1]

 

 

"t Portaal aan de Merkt”

 

Noorderportaal         

 

700            Grafplaats van de Vilsteren Huijzen[4]

701            Idem

702            Onbekend graf

703            Onbekend graf

704            Dubbele groeve van Jan Arnoldus Potholt[1] in 1722 Grafplaats van Gerrit Kock[4] Aen den Noortsijde en Frederik van der Meulen  ½  deel. Aan de zuidzijde[4] Later Frederik van der Meulen

705            Grafplaats van  Zion Eilerts

706            Grafplaats van  Zion Eilerts

707            idem

708            Grafplaats van  Derck Weijenberg[4]

709            Grafplaats Egbert Gelderman[4]

710            Grafplaats van Phillipus Lindenhoff[4], commies van het Groninger Postcomtoir gehuwd met  Sara van Veen. Hij was de voorvader vn de Zwolse zilversmeden Henrik Lindenhof(1686-1756) en Johannes Lindenhof (1740-1799)[6]

711            Onbekend graf

712            Grafplaats van Evert Casper Dauwe. In 1723 werd Willem Podt eigenaar van deze grafstede.[4]

713            Onbekend graf

714            Graf van Christiaan Reinders.[1]

715            Onbekend dubbel graf

716            Dubbel graf van  Hermen van de Scheer en  Simon Knoops . In 1724 dubbele grafsteen van de familie Van der Worp “stont opgehouwen Van der Worp”[4]

717            Grafsteen  “stont opgehouwen Gerrijt Thijsßen”[4]  Verkocht aan Derck Weijenberg. In 1774 werd de groeve door de doodgravers Arent Jan ter Smitten en  Hendrik Zandwijk aan  Willem Koppins verkocht.

718            Grafplaats van Kerkmeester Hendrick Crans: “stont opgehouwen Dina Segels”[4]

719            Onbekend graf

720            Onbekend graf

721            Onbekend graf

722            Onbekend graf

723            Graf van Arent Thomas de Swiers

724      Onbekend graf

725      Groeve van  Jan Scriverius[1] In 1722 vermeld als groeve van Willem Hakvoord. In 1736 is Willem Broekhuijs eigenaar.[4]

726            Graf eigendom van de “Weduwe  van Mijndert Voorslaat. Dese groeve is verkocht aan een schipper[4]

 

 

"Aen de Zuijd Sijde, daar 't Portaal gestaan heeft”

Zuiderportaal

 

727      Bestaande uit drie grauw zerken, aan de Zuijzijde, tegen het Kerkhoff aen met den ingang naast de dorpel.

728      Graf  van Coenraad Muntz. “Dit sijn 2 graven liggen ’t einders malkander der beide met een nieuwe      graauwe sark belegt sijnde dese gront aangekogt ten profijte van de kerk”.[1/4]             In juni 1797 waren beide groeven vol, zijnde het eerste lyk nr 727 bijgezet 17 juni 1795. In 1819 zijn beide groeven vol inzaten gekomen[4]

 

Laghe Choor"      

Lage Koor           

 

Grafkelder of Crypte

                        Oudste kelder waarschijnlijk de romaanse crypte en 

rustplaats van de geestelijkheid van de Sint Michaelskerk voor 1580. Op 28 november 1660 werd de kelder  gebruikt toen Volckerus Herkinge  in “geestelyk gewaad , onder het luiden der klokken en in het licht van talloze flambouwen in deze kelder bij te zetten”. Volkert Herkinghe (1586-1662) was Aartsprieser van Drente, Twenthe en Salland en coadjutor van Mgr. Phillipus Rovenius.  Deze bijzondere begrafenis kwam tot stand  door bemiddeling van pastoor Arnoldus Waeijer, deze hield een grafpredikatie in de kerk en het lichaam “met een heerlijck lijckstatie ende groot gevolgh” begraven. Verder werden het hart en de ingewanden van Charles de Brimeu, in een loden kistje opgesteld.  De Brimeu  stierf in het Stadhouderlijk paleis aan de Melkmarkt in  november 1572. Charles de Brimeu was s’Konings stadhouder in Friesland en Overijssel, Graaf van Megen en chevalier (heer) de la Toison d ‘Or en lid van het Gulden Vlies.

Door bemiddeling  van de familie van Twenhuijzen en Sonsbeeck, Jonkvrouwe Johanna van Haersolte en freule Geertruid Caecilia van Doetinchem is deze grote kelder opgekocht  in 1665 om voor altijd gesloten te worden. Zowel in 1650 als 1722 en in 1724 wordt de kelder niet vermeld.

 

 De volgende priesters van de  Sint Michaelparochie (Statie Onder de Bogen en de schuilkerkjes aan de Spiegelsteeg en de Koestraat) werden  na de definitieve sluiting van de crypte in de kerk begraven:[4]

·        Wilhelmus Wijer (1576-1611) op 10 oktober 1611.

·        Arnoldus Waaijer, pastoor te Zwolle 9 april 1696.

·        Theodorus de Ridder (1624-1705), jezuiet op 3 november 1705 met “publica pompa”

·        Johannes Ophuys, Aartspriester van Salland  op 11 februari 1732.

·            Petrus Nicolaus Dierhout, pastoor te Zwolle op 10 december 1736

·            Carolus van Hullen  priester en jezuiet  op 21 september 1740.

·          Johannus Daniels (1655-1741) priester werd hier op 29 maart 1741 bijgezet

·          Gerardus Bernardus Beer (1682-1761); Aartspriester van Salland en Twente

·          Reinierus Houtman jezuiet Op 5 Mei 1667 “summa \ pompa”

·          Jacobus Helter  priester te Zwolle op 13 november 1771

·        Gerardua Michiel Hampsinck (1736-1799), Aartspriester van Salland op 7 maart 1799

·        Hermannus Ignatius Hofhuis (1710-1779), Aartspriester van Salland op 5 januari 1780

·        Fransiscus Xaverius  van Ceulen , jezuiet op 4 november 1780

·        Engelbert Rerink, pastoor te Zwolle op 11 mei 1799.

 

729            Grafplaats van de erfgenamen van wijlen de heer Griffier

Roelinck; [dit graf is de Ingang van Een kelder, de kelder selve

is No 739] Nu eigendom van de Camenaar H.J. Greeven.[4]

730            Graf van de Camenaar Theodorus Queisen. In 1736 werd deze

grafstede door de convooimeester Golts voor zijn schoonvader de heer Camenaar Theorus Queisen gekocht van  de Wed. Voorhuijs[4] Op 29  Januari 1742  wordt Burgemeester Joan Golts hier begraven blijkens de steen die het graf dekt.

731            Graf van Freulein Christina Henriëta van Haersolte

732            Groeve van  Jacques Rouleau en Jacob Justinus Grevenstein Ao 1759.

733            Groeve van Juffr. Van Ittersum[1] eveneens na 1722 in bezit van  Jacques Rouleau en Jacob Justinus Grevenstein Ao 1759.

734.          Groeve van de Heer Warner Arent van Keppel Fox in 1744

worden de kinderen van Arnout van Oud eigenaar.

735.          Grafplaats van Dr.Lambertus Greven. In 1729 wordt Jan Goris Erckelens eigenaar.

736.          Groeve van Hopman Antonius van Brasche [1] In 1722 wordt Burgemeester Willem Greven eigenaar.

737.          Grafplaats van de heer Warner Arent van Keppel Fox in 1748 verkocht aan Egbert Scriverius. Het graf wordt gedekt met een grafsteen met de volgende tekst: Werneri Ladinges ordin / med. Doct.s civ Swoll. Qui / obiit ano 1655. 4o feb & Gesina / Zernemans coniugum quae / in Chro obdormivit ano 1653 / 23 Nov ossa hic recondita / sunt.

738.          ?

739.          Grafkelder

Van de erfgenamen van de heer Griffier Roelink. Dit is een kelder waarvan de ingang is No 729. Nu de heer Camenaar H.J. Greeven. Op 27 december 1784 werd Herman Jan Greven (1719-1784), Magistraat der Stad Zwolle hier bijgezet.

740.          Grafkelder

idem

741            Graf van Vrouwe Catharina ter Borch weduwe van  Burgemeester van der Wijck in 1751 gekocht.

742            Grafplaats van Burgemeester Jan van Laar [4] met een grafsteen  van Jacob van Vorden en Jan van Laer camenaar der Stad Zwolle [5]

 

743.       Grafplaats van Egbert Geldermans erfgenamen. In september 1747 werd Engelina Johanna Kymmell hier begraven, zij bezweek aan de zware epidemie

            van dysentrie die in de maanden september en oktober 1747 woedde te Zwolle. Haar man Samuel  Johannes Gelderman (1706-1749) werd een jaar

            later op 27 september 1748 naast Engelina begraven. Samuel Johannus Gelderman was Stadssecretaris der Stad Zwolle.

744.       Graf van Burgemeester Arnoldus Greven. Na 1747 in handen van zijn zoon Willem Albertus Greven, burgemeester der Stad

Zwolle die hier eveneens begraven ligt.

745.          Graf van de Heer Warner Arent van Keppel Fox. 1744 den 21 

Maij  is dit graf aangegeven, alsmede het volgende no. 746 door de heer A. van Keppel te zijn gekocht. In 1789 eigendom van de Heren Wouter van Leenhof en Burgemeester Egbert Scriverius.

746.       idem.

747.          Graf van de heer Drost Dankelman. In 1740 gekocht door  

Egbert van Marle.

748.     Grafsteen van Jonker Dongen Heer toe Klinke: -volgens een vertoond briefje getekend door de heer G.W. van der Feltz, Gedeputeerde State 's land.schaps Drenthe van den 10 December 1792:- dit graf op naam van de Erven van wijlen den Heer  Gedeputeerde J. van Dongen tot Wesdorp, overgetekend den 17 Dec 1792

749            Graf van De Heer Wolter Jan van Broekhuijßen tot den Doorn, Hoogschout van Hasßelt, ect,ect,ect.

750.     Grafplaats van Capitain Roelink en zijn erfgenamen nu de Heer Camenaar Herman Joan Greeven. Begraven op 27 dec 1784

Nb. Nu de Weleerw.Heer Ds. J.W. van Slijpe, naart luidt van een aan mij vertoonde Koopbrief getekent door de Heeren Greeven, Zwolle Den 9 Maart 1904 zijnde deeze groeve nu de ingang van zijn weleerw grafkelder, op het Hooge Choor, legger G. Nu de heer Hermannus Jacobus Dasßen, die van deze graave bij publieke verkoping is eijgenaar geworden, den 2 Dec. 1817 naar luidt van een aan mij getoonde koopbrief.

  

751.          Grafplaats van de Heer Griffier Roelinks erfgenamen. Nu de

Heer Camenaar H.J. Greeven. In 1827 van de  Stad Zwolle. Op de steen  staat de tekst "Ingang van de kelder van de camenaar H.I.Greven"       

Grafkelder.

752.          Graf van Geertruid Bruins Weduwe van Oldeniel. In 1827 van de Stad Zwolle.

 

 

De deksels van de grafkelders  A. t.m. H. lagen op het oorspr. Hoge Koor voor de westzijde van de grafkelders . Het hoge koor werd in 1890 bij de laatste restauratie ingekort. De wapens en teksten op de deksels van de kelders zijn afgehakt behalve die van kelder G.

 

Teks t: "lijkkelder  G/ toebehoorende  aan / J.W. van Slijpe  / van Boeckhorst  / predikant alhier   (overl. 1817)

Mijn verlosser leeft

't lichaam moog verderven

'k weet dat hij na het sterven

't heerlijk wedergeeft

Kerkgesang 57

Deze grafkelder nooit te gebruiken

 

"Hooghe Choor"  

Hoge Koor              

 

Grafkelder A

                       Oorsproneklijke dubbele grafkelder op 23 april 1703 door kerkmeester Herman Klopman verkocht aan Matthijs van Mourik die hier werd bijgezet.

Grafkelder B

                       Oorspronkelijke grafkelder van de bewoners van het Huis Kranenburg dat in 1827 wordt gesloten en op naam staat van de heer Patkulle. Bedoeld wordt Rutger Andreas van Patkull tot Posendorff die in 1717 eigenaar wordt van het Huis De Kranenburg.

 

Grafkelder C

Graf van Johan Babtista Knoppert  met gebeeldhouwd wapen[4]  In 1761 werd de  “verwulfde kelder” aangelegd in opdracht van Jan HerZeele.In 1796 is Lubbertus Rietberg eigenaar van de kelder. Lubbertus Rietberg Jr (1783-1826) was dichter en notaris te Zwolle en werd  op 17 maart 1826 in de  kelder bijgezet.

Er liggen meerdere kisten in deze grafkelder waarschijnlijk ook die van Johan Babtista Knoppert, Burgemeester en Hopman van de Stad Zwolle

Grafkelder D

Grafkelder  van de Familie Bentinck tot Werkeren. De deksel van de grafkelder staat tegen de zuidwand van het hoogkoor

In deze grafkelder zijn vanaf 1624 de stoffelijke overschotten bijgezet van:

 

Grafkelder E

                        Grafkelder van de Heer Anthonij van Haersolte (1640-1701) en Vrouwe Johanna van Haersolte (1657-1720), Heer en Vrouwe tot Eeßen en  Staveren en Bredehorst. Anthony van Haersolte was de fundator van het Haersolte-Armenhuis. Anthonij van Haersolte van Drost van Vollenhove,  In de grafkelder werden 4 eikenhouten grafkisten aangetroffen, waarvan 1 met een loden binnenkist evenals een klein kistje. Eveneens werden 2 teksten op koperen borden aantroffen van de de overledene en zijn vrouw Ao 1735. In de kelder is eveneens bijgezet: Anthony Swier van Haersolte (1690-1733) en zijn echtgenote Coenrada Wilhelmina van Dedem (1707-1751). De gevonden koperen platen zijn van hun grafkisten. In het kleine kinderkistje lag Willem van Haersolte begraven.

                         

Grafkelder F  Met op de  deksel de letters R.V. met een  familiewapen [4].
                        Kelder waarvan de eigenaar in de grafregisters van 1650 en 1722 niet bekend is. In de kelder staan minstens 4 op elkaar gestapelde
                        loden grafkisten, dus van voorname personen.
 
Grafkelder G  Een kelder 1798 den 8 october deeze kelder verkogt met Concent van de kerkemeester Hermannus Lans aan de  Weleerw: Heer J.W. van Slijpe, predikant.

Nb; Voorn: koper en Eijgenaar begeert woordelijk 't volgende: "in deeze grafkelder na het begraven van  Jan Willem Slijpe en deszelfs Ehevrouwe Jacoba Zara Justina Gallas, alsmeede Mevrouwe de Weduwe Gallas onze moeder, moet deeze lijkkelder voor altoos gesloten blijven en niet weer in begraven worden gelijk daar over een besloten  testam: gemaakt is op den 10 jan. 1799"

In de drie kisten liggen de stoffelijke overschotten  van predikant Jan Willem Slijpe van Boekhorst (1742-1817) en zijn vrouw Jacoba Zara Justina Gallas en zijn schoonmoeder de Weduwe Gallas. De predikantenfamilie was woonachtig op de Blijmarkt.

 

 

 

Grafkelder H    Grafkelder van de familie Rechteren tot Westerveld  &  Haersolte tot Wolfshagen. Inhoud 8 Eiken grafkisten met loden binnenkisten

                        De volgenden leden van deze families zijn hierin bijzeget.

                        * Adolph Rechteren van Westerveld (1627-1686) en zijn vrouw Margriet van Haersolte (1628-1682)

                        * Rudolph Christiaan van Rechteren van Westerveld, Gerrestein, Tull en 't Waal (overl 1812) en Agnes Eilzabeth v.d. Capellen tot Ahnem

                        Vrouwe van Appeltern en Ahnem.

                        * Diederick van Haersolte tot Wolfshagen(1670-1699) en Fenne Elizabeth van Haersolte (1631-1679)

                        * Rutger van Haersolte tot Wolfshagen en Elizabeth van Laer.

 

 

 

Grafsteen  Anno 1584 is gestorven [Eusebius] Bentinck te Werkeren, droste van Isselmuden. Anno 1624 den 13 Septembris is  gestorven Sophia van Ittersum weduwe Bentincks. Op de grafsteen het uitgesleten familiewapen en 8 kwartieren en helmteken met twee uitkomende armen met struisveren in de handen. 

Beneden de uitgekapte kwartierwapens: Bentinck, Groeve, Deest, Lerinck,Ittersum, Buckhorst, Coeverden en Bierwisch.

Deze steen was waarschijnlijk de oude deksel van grafkelder D.

 _______________________________________________________________________________________________________________

 

Bronnen:

1.      Register rondom het “Groeven in de Groote Kerk”  1650-1678 (Stadsarchief Zwolle nu HCO Zwolle)

2.      Register (legger) van “Groeven liggende liggende in de Groote of Michaelikerck, binnen Zwolle Kerk  1722-1827 (Oude archief Nederduits Ger.gemeente te Zwolle nu HCO Zwolle)

3.      Register van “Grafplaatsen  in de Michaelikercke” waarvan de pacht onbetaald is gebleven en  waarvan de grafrechten  op 6 maart 1724, des avonds om 5 uur in het  Stadswijnhuis openbaar worden geveild. (HCO Zwolle

4.      Lijst van grafplaatsen die op 7 mei 1724 op het Stadswijnhuis openbaar werden geveild. (HCO Zwolle

5.      Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en om de Grote Kerk te Zwolle door Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins standaardwerk van 1895/1911. [Provincie Overijssel]

6.      Zwols biografisch woordenboek. J.C.Steng, Verloren Hilversum 2004

 

In de bataafse tijd werden op vele grafzerken de adellijke familiewapens weggehakt. In maart 1798 ontving het stadsbestuur van Zwolle het dwangbevel de wapen- of rouwborden, eergestoelten en andere tekens en onderscheidingen uit de kerkgebouwen te verwijderen. De timmermeesters kregen de opdracht de gebrandschilderde wapenramen weg te halen en de wapens van de grafplaten en monumenten weg te hakken. Vrijwel alle grafzerken zijn bij de grote restauratie van 1885-1895 niet meer op dezelfde plaats teruggelegd maar her en der verspreid over de kerk. Soms kompleet maar dikwijls in stukken weer terug te vinden.

Andere zerken zijn wonderwel behouden gebleven.